Westfriese plattelandssteden

Bestuur en rechtspraak waren tot begin negentiende eeuw heel anders geregeld dan tegenwoordig. Binnen de Westfriese Omringdijk bestond een bestuursvorm die nergens anders voorkwam: plattelandssteden. Dit waren dorpen of dorpscombinaties die ooit stadsrechten kregen, maar nooit een stedelijk karakter zouden ontwikkelen.

Dorpscombinaties
Bovenkarspel en Grootebroek hadden de primeur: op 2 augustus 1364 kregen zij een gezamenlijk stadsrecht. Het privilege spreekt van ‘stede Broec’, maar in de bronnen staat vervolgens de naam ‘stede Grootebroek’. In 1402-1403 werden Lutjebroek en Hoogkarspel aan de stede Grootebroek toegevoegd. In 1402 kreeg ook Schellinkhout stadsrechten. En op 2 februari 1414 verleende Willem VI van Beieren, de toenmalige graaf van Holland, stadsrechten aan een groot aantal dorpscombinaties:

  • stede Abbekerk: Abbekerk, Twisk, Midwoud en Lambertschaag
  • stede Hem: Hem en Venhuizen
  • stede Hoogwoud: Hoogwoud en Aartswoud
  • stede Sijbekarspel: Sijbekarspel en Benningbroek
  • stede Spanbroek: Spanbroek, Opmeer, Obdam en Hensbroek
  • stede Westwoud: Westwoud, Oosterblokker en Westerblokker
  • stede Wognum: Wognum, Nibbixwoud, Hauwert en Wadway

 

Samen, maar toch apart
De Westfriese plattelandssteden gingen voor een aantal overheidstaken samen (vooral de rechtspraak), maar bleven als dorp zelfstandig. Ieder dorp was in de stedelijke instellingen vertegenwoordigd. Eveneens op 2 februari 1414 trof Willem VI Voor Wijdenes en Oosterleek (toegevoegd aan de stede Schellinkhout) en Almersdorp, Opperdoes, Oostwoud en Wervershoof (gevoegd bij Medemblik) een andere regeling: zij behielden wel een eigen dorpsbestuur, maar hadden niets te vertellen in hun ‘stad’. 

Na 1414 is er nog veel veranderd aan de bestuurlijke kaart van Westfriesland. Zie hiervoor de kaartjes van de rechtsgebieden. In artikelen over de stede Grootebroek, de stede Abbekerk en de stede Westwoud is te lezen hoe een Westfriese plattelandsstad functioneerde en welke veranderingen er in de loop der eeuwen optraden.

Overigens zijn de stadsrechten juridisch gezien al meer dan twee eeuwen een dode letter. Wat rest, zijn prachtige historische bronnen over Westfriese rechtspraak van de veertiende eeuw tot 1811. Allemaal te raadplegen in het Westfries Archief!

Geselecteerd uit onze collectie
152E16: Joost Cox, Hebbende privilege van stede. De verlening van stadsrechtprivileges in Holland en Zeeland (13e - 15e eeuw) (Den Haag, 2011).
157B14-15: M.S. Pols, Westfriesche stadrechten (Den Haag, 1885 en 1888).

 

SD stadsrechten 1

 

SD stadsrechten 2

 

SD stadsrechten 3