Naar aanleiding van een
burgerinitiatief spreekt de gemeenteraad van Hoorn op dinsdag 12 juli over het standbeeld van Jan Pietersz Coen. Het standbeeld staat sinds 1893 op de Rode Steen, het centrale plein in de stad. Het Westfries Archief beheert de historische documenten uit de tijd van de oprichting. Ter gelegenheid van de actuele discussie zijn deze gedigitaliseerd en op internet gepubliceerd:
-
archiefstukken uit het gemeentearchief over de voorbereiding en de onthulling;
-
notulen van burgemeester en wethouders uit 1893;
Belangrijke informatie is ook bijeengebracht door A. van Zoonen in een artikel in het
Kwartaalblad van de Vereniging Oud Hoorn uit 1993.
Rode Steen op 30 mei 1893.
Het verzamelde materiaal biedt een fascinerend inkijkje in de Hoornse maatschappij aan het einde van de negentiende eeuw. De onthulling bracht indertijd onder andere enkele leden van het kabinet naar Hoorn, waaronder de beroemde minister van Waterstaat Cornelis Lely. De koninklijke familie liet verstek gaan. Volgens de Nieuwe Hoornsche Courant was dit om "gezondsheidsredenen". Waarschijnlijk slaat dit op het ziekbed van de vader van koningin-regentes Emma. Hij overleed op 12 mei 1893. Burgemeester Zimmermann informeerde daarop bij de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland of de feesten wel mochten doorgaan.
Kritische geluiden over Coen en het koloniale verleden van Nederland waren er vóór 1893 al eens geweest. In het gemeentearchief en de plaatselijke krant lezen we hier echter niets over. Angst voor rellen, zoals onlangs in de media werd bericht, wordt evenmin genoemd. Hoorn vierde op 30 mei 1893 vooral feest. Dat deed men bij de
Coenfeesten in 1937 ter gelegenheid van Coens 350e geboortedag nog eens dunnetjes over.
Verslag van de onthulling in de Hoornsche Courant van 31 mei 1893.