Westfries-Archief
   
English language Nederlandse taal Deutsche Sprache Langue Française Vergroot
U bent hier » Laatste Nieuws
 
Schatkist
 
 
nieuws

16 mei
Deelstoel(en) bij het Westfries Archief
 
16 mei
Leesprobleem van de maand (mei 2012)
 
7 mei
Westfriezen bij de notaris….(11)
 
3 mei
Bijeenkomst digitaal informatiebeheer
 
2 mei
Indexen DTB Enkhuizen 62, 63 en 65 beschikbaar
 
16 april
Leesprobleem van de maand (april 2012)
 
nieuwsarchief
 
Er is één nieuwsbericht gevonden. rss
 
Een nieuwe aanwinst, aflevering 1
Eerste bladzijde van het notulenboek
 
Soms gebeurt er iets dat je niet voor mogelijk houdt. Eén van de kerkvoogden van de hervormde gemeente Spanbroek bracht het Westfries Archief onlangs een notulenboek van de kerkenraad over de periode 1795-1805. Dit register was eigenlijk als verloren beschouwd.
Het notulenboek omspant een voor hervormd Spanbroek onthutsende periode. Dit heeft te maken met de toenmalige politieke veranderingen in ons land. Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden genoten de hervormden gedurende ruim twee eeuwen een bevoorrechte positie. Die moesten zij na de Bataafse Omwenteling van januari 1795 van de ene op de andere dag inleveren.
De beschreven gebeurtenissen laten zich vaak als een roman lezen. De komende tijd wordt in een aantal korte artikelen op onze website aandacht besteed aan deze roerige periode uit de geschiedenis van Spanbroek.
 
Het raadhuis en de Nederlands Hervormde Kerk van Spanbroek anno 1726

Spanbroek en de Bataafse omwenteling

Deel 1: de sleutel van de toren

Net als elders in Europa groeide tegen het einde van de achttiende eeuw in de Republiek het verlangen naar een ander, minder ‘aristocratisch' bestuur. Voorstanders van veranderingen verenigden zich in de Nederlanden in de Patriottenbeweging. De Orangisten, aanhangers van stadhouder Willem V, waren hier fel tegen. Rond 1787 escaleerden de tegenstellingen. De stadhouder wist echter met hulp van het Pruisische leger de orde te herstellen.

De Fransen, die het gedachtegoed van de Franse revolutie over heel Europa wilden verspreiden, vielen eind 1794 de Republiek binnen. De voorstanders van veranderingen zagen nu hun kans schoon. Op 19 januari 1795 riepen zij de Bataafse Republiek uit. Daags daarvoor was Willem V naar Engeland gevlucht.

Binnen een paar weken na de omwenteling volgde de “Erkentenis en Verklaaring der Rechten van den Mensch en van den Burger” op 31 januari 1795. Deze bekendmaking leidde tot het ontslag van alle zittende regenten, zowel in de steden als op het platteland. Het toezicht op de aanstelling van nieuwe bestuurders lag in handen van een aantal hoofddorpen. Het Comité Révolutionair van Spanbroek bij voorbeeld was bevoegd tot reorganisatie van het platteland in de omgeving. Een centrale rol was weggelegd voor Henricus Kosters, pastoor van de schuilkerk aan het oosteinde van Spanbroek. Hij kon meteen aan de slag in zijn eigen dorp: alle vijftien hervormde vroedschappen werden ontslagen. Andersdenkenden waren voortaan niet meer van het bekleden van overheidsfuncties uitgesloten. En dat was voor Spanbroek heel belangrijk, want het dorp was in grote meerderheid katholiek...

De hervormden dus moesten van de ene op de andere dag hun bevoorrechte positie inleveren. In plaats van de vroedschap kwam er een geheel nieuw Comité Révolutionair van zeven ‘provisionele representanten'. Daarvan waren er in eerste instantie toch nog drie hervormd. Na de nog in 1795 gehouden vrije verkiezingen werd het Comité Révolutionair echter vervangen door een geheel katholieke municipaliteit. De eerste krachtmeting tussen deze nieuwe dorpsbestuurders en de hervormden ging over de kerktoren. Volgens de municipaliteit had de hele dorpsgemeenschap altijd voor het onderhoud van de toren gezorgd. Die kon daarom als gemeente-eigendom worden beschouwd. Men vond daarom dat de klok ook voor de katholieke parochies geluid zou moeten worden .
Preekstoel van de Nederlands Hervormde kerk in Spanbroek
 
De hervormden zagen dit helemaal niet zitten: zij vreesden ‘katholiek' klokgelui tijdens de hervormde eredienst. Op bevel van de municipaliteit was de klok al een paar keer geluid voor katholieke erediensten. Op 22 november 1795 besloten de kerkenraad en de stemgerechtigde mansleden dat dit niet meer zou gebeuren. De klok zou alleen nog worden geluid voor de hervormde eredienst, bij brand, en waternoden, onraad etc, bij publieke plechtigheden, overlijden en begrafenissen. De sleutel van de toren werd in handen gesteld van koster Aegidens Topsvoort. Topsvoort moest ervoor zorgen dat dit besluit strikt zou worden uitgevoerd, mocht voor geen enkele gemeentelijke of particuliere eis wijken en de sleutel niet aan iemand anders afgeven. En zo werd de arme koster meer en meer gemangeld tussen openbaar en kerkelijk gezag.
Het oude raadhuisje van Spanbroek
 
Een reactie van de municipaliteit kon niet uitblijven. Deze gelastte de koster schriftelijk op zondagen voor de “Roomsch gezinde religie” de klok te luiden. Het luidgeld mocht hij aan niemand anders overhandigen dan aan de president-burgemeester. Topsvoort nam de aanschrijving onder dwang aan, maar antwoordde niet te kunnen gehoorzamen. De kerkenraad werd hierop door de municipaliteit gedagvaard voor een vergadering op zaterdag 5 december 1795.

Namens de hervormde gemeente verschenen Gerrit Bomzij, Joris Goezinnen en Aegidens Topsvoort.

Zij lieten weten zonder overleg niet in te kunnen gaan op de eis van de municipaliteit: inlevering van de sleutel en de gelden van de toren. De municipaliteit dreigde hierop met geweld, maar de kerkmeesters hielden voet bij stuk. Na de vergadering stuurde de municipaliteit een bode naar het huis van de koster met de volgende boodschap: “Uijt naam van de municipaliteit wordt de bode gelast om de sleutel van den tooren te haalen van den burger Topsvoort en dat zij municipaalen zullen luyden voor alle gesindheeden tot zo lang dat zij kerkemeesters ons aantoonen dat wij daar geen regt op hebben.” Topsvoort antwoordde dat hij de sleutels niet mocht afgeven en verwees droogjes naar het hervormde kerkbestuur.

Kort nadat de bode was vertrokken, werd de trom voor de schutterij geroerd. Ook lid Aegidens Topsvoort moest onder de wapenen te komen. Iedereen kreeg twee scherpe patronen uitgereikt, de manschappen stonden met gepresenteerd geweer opgesteld voor het raadhuis. Maarten Pronk, een van de leden van de municipaliteit, vroeg “of de burgerij geneegen was om de municipaliteit, in gevallen zij niet goedwillig de sleutels van de toren konde bekoomen, om voor alle gesindheeden de klok te luyden, te zullen met geweld assisteeren.” De leden van de Schutterij, de meesten katholiek, antwoordden met “Ja”. De verraste Topsvoort protesteerde, waarop zowel de municipaliteit als de wachtbroeders riepen: “Ontwapen hem”. De koster vroeg of er iets op zijn patriottisme of gedrag was aan te merken. Wederom riepen municipaliteit en schutterij ”Ontwapen hem, hij wil de municipaliteit niet gehoorzaam zijn”. Uiteindelijk staakte Topsvoort zijn verzet. Hij overhandigde de sleutel aan hervormde kerkmeester Joris Goezinnen, die de sleutel op een lessenaar legde met de woorden: “Daar leyd de sleutel, die ze daar vandaan durft te neemen, die kan.” “Dat durf ik doen”, antwoordde Maarten Pronk “na eenige bedenking”. Hij greep de sleutel en vertrok met zijn gevolg.
Fragment uit het notulenboek
 
Uiteindelijk kreeg het verhaal nog een staartje: op last van de provisionele representanten van Holland moest de municipaliteit de sleutel teruggeven aan degenen van wie hij was “ontweldigd”. Zolang er over het eigendomsprobleem van de eind zestiende eeuw hervormd geworden kerkgebouwen geen algemene wettelijke regeling was getroffen, werden beschikkingen in individuele gevallen uitgesteld.
bron: Westfries Archief
 
    Doorsturen     Printen  
 
Blauwe Berg 5c, 1625 NT Hoorn 0229 282500 info@westfriesarchief.nl plug-ins disclaimer sitemap