Westfries-Archief
   
English language Nederlandse taal Deutsche Sprache Langue Française Vergroot
U bent hier » Laatste Nieuws
 
Schatkist
 
 
nieuws

16 mei
Deelstoel(en) bij het Westfries Archief
 
16 mei
Leesprobleem van de maand (mei 2012)
 
7 mei
Westfriezen bij de notaris….(11)
 
3 mei
Bijeenkomst digitaal informatiebeheer
 
2 mei
Indexen DTB Enkhuizen 62, 63 en 65 beschikbaar
 
16 april
Leesprobleem van de maand (april 2012)
 
nieuwsarchief
 
Er is één nieuwsbericht gevonden. rss
 
Taartmoord deel 3 (uit NHD 26 oktober)

Dader ‘Taartmoord' rekende op gierigheid Willem Markus

Taartarrest

Een eeuw geleden was de Hoornse Taartmoord'. In rechtszaken wordt hiernaar nog steeds verwezen, omdat de zaak leidde tot een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad: het 'Hoornse Taartarrest' van 19 juni 1911. Op 28 oktober is de officiële herdenking in de Noorderkerk. Op deze plek besteden Richard Sandbrink en Jan de Bruin van het Westfries Archief aandacht aan deze geruchtmakende zaak. Vandaag deel 3: de betekenis van deze rechtszaak.

Bij deze spoorwegovergang van Bobeldijk werd J.J. Beek op de trein naar Alkmaar gezet. Velen waren de arrestantenwagen op de fiets gevolgd. Sommigen wilden Beek nog te lijf gaan, maar de politie wist dat te voorkomen. (Foto collectie Westfries Archief, Hoorn)
 
Op de plek waar tegenwoordig het Alkmaarse Amrâth Hotel staat, stond ooit het gebouw van de Arrondissementsrechtbank Alkmaar met daarbij het Huis van Bewaring. Hier speelde zich het eerste hoofdstuk af van de strafzaak tegen Johannes Jacobus Beek, de man die een vergiftigde taart had gestuurd aan zijn vroegere collega Willem Markus, gemeentebode en marktmeester te Hoorn.
 
Alleen diens 86-jarige echtgenote Maria Musman en een dienstmeisje aten van de taart, waarna mevrouw Markus overleed.
 
Tijdens de eerste weken van Beeks verblijf in de Alkmaarse gevangenis deed zich iets opmerkelijks voor. Hij werd op 22 oktober in het gemeenteziekenhuis geopereerd. Meer weten we hier niet over, wel dat hij twee dagen later al werd teruggebracht naar het Huis van Bewaring. De rechtszaak kon doorgaan.
 
Alles draaide om de vraag of Beek zou worden veroordeeld tot moord of tot doodslag.
Volgens zijn advocaat kon moord niet worden bewezen. Immers, Beek had niet de bedoeling gehad om de echtgenote van Markus te doden. Maar de verdediging had juist op dit punt een groot probleem. Beek gaf tijdens een van de politieverhoren toe, dat hij de mogelijkheid dat iemand anders van de taart zou eten wel had overwogen.

Dat was op 28 september, nadat hij de taart vanuit Amsterdam had verzonden. In de trein op weg naar Hoorn dacht Beek daarbij aan mevrouw Markus. Dat er ook een dienstmeisje in huis was, beweerde hij niet te weten.

De consequentie van deze verklaring was duidelijk. Als hij dit werkelijk had bedacht, had hij de dood van de “verkeerde” persoon ook kunnen voorkomen. Vermoedelijk om die reden paste Beek zijn verhaal later enigszins aan. Hij beweerde opeens dat hij op 29september, de dag dat de taart aankwam, opnieuw naar Amsterdam was gegaan. Pas toen zou hij op de terugweg naar Hoorn aan mevrouw Markus hebben gedacht. Ook verklaarde Beek te hebben bedacht dat een gierige man als Willem Markus zijn vrouw vast geen stuk van de taart zou gunnen.

Troefkaart
De oorspronkelijke versie was een belangrijke troefkaart voor de officier van justitie. Zijn strafeis loog er dan ook niet om: veroordeling tot levenslang wegens moord met voorbedachten rade op mevrouw Markus, en poging tot moord op het dienstmeisje. De uitspraak volgde op 13december 1910 en kwam voor velen als een schok. De rechtbank achtte moord en poging tot moord niet bewezen en veroordeelde Beek wegens doodslag en poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 15 jaar.
 
Gerechtsgebouw aan de Geestersingel te Alkmaar in 1904. Beek verbleef hier vanaf 4 oktober 1910. (Foto Regionaal Archief Alkmaar)
 
Het openbaar ministerie tekende hoger beroep aan bij het gerechtshof te Amsterdam. Beek werd op 28 december naar de hoofdstad vervoerd. De zaak diende begin maart. De diverse verklaringen van Beek werden opnieuw uitgebreid besproken.
Het hof wees vonnis op 9 maart 1911. Het vernietigde het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar. Het achtte moord en poging tot moord bewezen en veroordeelde Beek tot een levenslange gevangenisstraf. Dit vonnis werd op 19 juni bekrachtigd door de Hoge Raad der Nederlanden. Sindsdien ligt het principe van voorwaardelijke opzet vast in de Nederlandse rechtspraak. Daarin spelen drie elementen een rol:
- de dader had een vooropgezet plan
- de dader overzag de consequenties van dit plan
- de dader heeft de consequenties van zijn plan aanvaard en uitgevoerd

Johannes Jacobus Beek sleet de rest van zijn dagen in de gevangenis in Leeuwarden. Hij overleed daar op 16 mei 1918 op 70-jarige leeftijd.

bron: Noord-Hollands Dagblad / Westfries Archief
 
    Doorsturen     Printen  
 
Blauwe Berg 5c, 1625 NT Hoorn 0229 282500 info@westfriesarchief.nl plug-ins disclaimer sitemap