Door Richard Sandbrink en Jan de Bruin
Op vrijdag 28 oktober is onder grote publieke belangstelling het Hoornse Taartarrest uit 1911 herdacht. Het arrest van de Hoge Raad is wel een "levend rechtsmonument" genoemd, omdat nog altijd van belang is voor de Nederlandse rechtspraak. Tijdens de herdenking heeft wethouder R. Tonnaer ook een blijvende herinnering aan het Taartarrest gelanceerd: zeven verhalen over gebouwen die in de moordzaak een rol hebben gespeeld. Deze zijn gepubliceerd op
http://www.oneindignoordholland.nl/.
Gebruikers van een zgn. Layar-applicatie kunnen deze oproepen via de camera van hun mobiele telefoon. Nog dit jaar worden de gebouwen ook voorzien van een QR-code en zal de geschiedenis van het Hoornse Taartarrest ook met een QR-applicatie te volgen zijn. Meer informatie over deze digitale technieken is te vinden op de website van Oneindig Noord-Holland.
Uiteraard besteedt de route aandacht aan het woonhuis van de moordenaar (Grote Noord 14) en de plaats delict (Grote Oost 75). Op de pagina over het gerechtsgebouw aan de Alkmaarse Geestersingel wordt verteld over het verloop van de rechtszaak. Maar er zijn meer bijzondere verhalen over de Hoornse taartmoord te vinden. Op Kerkplein 32, tegenwoordig croissanterie La Marquise, zat in 1910 een drogisterij. Daar werd het rattenkruid gekocht dat mevrouw Markus fataal zou worden. De moordenaar liet dit klusje opknappen door zijn zwager Meindert Vollenga, banketbakker in de Lange Kerkstraat. Beek maakte Vollenga in de weken voor de moord wijs dat hij thuis dankzij het gif bijna geen last meer had van muizen en ratten.
Kerkplein 32: hier was in 1910 een drogisterij gevestigd. Een nietsvermoedende zwager van Beek kocht hier het rattengif dat mevrouw Markus fataal zou worden.
Een ander verhaal gaat over Peperstraat 16 in Hoorn, het woonhuis van dienstmeisje Grietje Appelman. In het archief van de Hoornse Gezondheidscommissie is een inspectie van dit huisje bewaard gebleven uit 1903. Daaruit blijkt dat Grietje in zeer armoedige omstandigheden is opgegroeid. Het gezin Appelman, bestaande uit vader en moeder en zeven kinderen, leefde in een huisje van slechts 6 bij 4 meter. Buiten was een klein erf waarop wat kippen rondscharrelden. De hygiëne liet zeer te wensen over. Op diverse plekken in de woning zaten vochtplekken en er werden ook slakken gezien.
Een belangrijk adres in de route is dat van de banketbakkerij waar Beek de taart kocht: Grote Houtstraat 173 in Haarlem. Bijzonder is ook dat hier nog steeds een banketbakker is gevestigd (Michel Patisserie) en dat het pand er nog precies zo uitziet als 100 jaar geleden. De zaak was nog maar een paar weken geopend toen Beek daar op 28 september 1910 binnenkwam. Hij was dus een van de allereerste klanten. Het café waar hij later die dag het arsenicum in de taart deed, bestaat niet meer. Tegenwoordig is op Houtplein 29 een fotozaak gevestigd. Het laatste verhaal gaat over Van Gend & Loos in Amsterdam (adres Dam 2, nu ABN Amro). Van hieruit werd de vergiftigde taart naar Hoorn gestuurd.
De Dam in 1900 met het gebouw van Van Gend & Loos, dat het vervoer van de taart van Amsterdam naar Hoorn verzorgde. Het gaat om het pand in het midden van de foto. Rechts is het Damrak te zien.
Oneindig Noord-Holland is een initiatief van de provincie. Het is bedoeld als podium voor "verborgen" verhalen over de geschiedenis van Noord-Holland. Het verbindt de verhalen met collecties van archieven, musea en culturele instellingen. In Oneindig Noord-Holland kun je verhalen lezen, beelden bekijken, sprongen maken in de tijd en ga zo maar door. De gebruiker kan op de al gepubliceerde verhalen reageren, maar hij of zij kan ook zelf verhalen, beelden, video's en geluidsfragmenten toevoegen. De verhalen over het nog altijd actuele Hoornse Taartarrest zijn bij uitstek geschikt om heden en verleden met elkaar te verbinden.