Belgische vluchtelingen

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog kreeg Nederland te maken met een enorme toestroom van Belgische vluchtelingen. Naar schatting een miljoen Belgen ontvluchtten het oorlogsgeweld in hun land. Ook in Westfriesland vonden zij onderdak: bij particulieren, in kerken, scholen, leegstaande huizen en kolfbanen. Hoe verliep deze opvang?

Westfries comité
In september 1914 werd in Hoorn een comité voor Belgische vluchtelingen opgericht met als doel de opvang en inkwartiering van de vluchtelingen in Westfriesland. De oprichtingsvergadering vond plaats op initiatief van dr. R. van Leyden en ds. F. C. M. Boenders, beiden uit Abbekerk. Op 30 september was het comité met zijn werkzaamheden gestart. Hogere autoriteiten hadden daarvoor toestemming verleend mits de vluchtelingen in de dorpen en niet in de steden zouden worden ondergebracht. Het comité benaderde gemeentebesturen voor de praktische uitvoering en deed een beroep op de vrijgevigheid van de Westfriese bevolking. Geld, kleding en speelgoed, alles was welkom.

Aankomst
Op vrijdagavond 9 oktober kwamen de eerste 109 vluchtelingen aan in Hoorn. Volgens De Nieuwe Courant van 14 oktober was het een droevige optocht, ‘aangestaard door een dichte menschenmassa’. Enkhuizen was twee dagen later aan de beurt. Daar arriveerden twee volgepropte treinen met circa 550 vluchtelingen. Ook in Enkhuizen waren veel inwoners getuige van hun aankomst. Omdat de tweede trein tegen middernacht en tamelijk onverwacht aankwam, werd het improvisatievermogen van de lokale autoriteiten zwaar op de proef gesteld. Zelfs de kussens uit de kerkbanken werden als beddengoed ingezet. Het Betonningsmagazijn, het gebouw van de Westfriese Munt en het Gereformeerde Weeshuis waren in Enkhuizen belangrijke opvangplaatsen. In Hoorn vonden veel vluchtelingen een eerste onderdak in de schouwburg.
Spoedig ging men over tot verspreiding van de vluchtelingen over het Westfriese platteland. In Wijdenes, Abbekerk, Lambertschaag, Zwaag, Wognum, Midwoud, Oostwoud en elders werden Belgische vluchtelingen gastvrij ontvangen.

Terugkeer
Op het moment dat de eerste vluchtelingen in Westfriesland arriveerden, kwam een einde aan het directe oorlogsgeweld in en rond Antwerpen. Maar ondanks veiligheidsgaranties van de Duitse bezetter, zagen veel vluchtelingen een snelle terugkeer niet zitten. Begin december vertrok een grote groep uit Hoorn naar de Scheldestad. Tien van de 73 vluchtelingen in Abbekerk keerden terug naar Antwerpen. En in Zwaag was in december het aantal vluchtelingen met de helft afgenomen: van 60 naar circa 30. Voor de vluchtelingen die eind december 1914 nog in Westfriesland verbleven, werden Kerstvieringen georganiseerd.

Geselecteerd uit onze collectie
Onze (digitale) krantencollectie
0822 Gemeentebestuur Midwoud 1817-1926, inv. nrs. 905-907 (Stukken betreffende zorg voor Belgische vluchtelingen).
1295 Dorp en gemeente Avenhorn en Oostmijzen, Dorp en gemeente Grosthuizen, Gemeente Scharwoude, gemeente Avenhorn, 1629-1936, inv. nr. 938 (Stukken betreffende hulpverlening aan Belgische vluchtelingen, 1914-1915).
0218 Leprozenhuis of Gulden Hoofd, Oude Armen Weeshuis, Aalmoezeniers- en Nieuwe Armen Weeshuis, (Oude Armen) Gasthuis en Wees- en Armhuis, na 1841 Algemeen Armbestuur en Gereformeerd Weeshuis, Enkhuizen, inv. nrs. 569-571 (Stukken betreffende Belgische vluchtelingen, 1914-1915).
118G77 E.C. de Vries, ‘Belgische en andere vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog in Enkhuizen’, in: Steevast, jaargang 2007 (Enkhuizen 2007).

 

http://www.westfriesarchief.nl/onderzoek/zoeken/beeldbank?mivast=136&miadt=136&mizig=92&miview=ldt&milang=nl&micols=1&misort=last_mod%7Cdesc&mires=0&mizk_alle=4042 

Het station van Enkhuizen met de stoomboot van de veerdienst Enkhuizen-Stavoren, omstreeks 1900 

Het station van Hoorn omstreeks 1900