Een verbroken belofte

Trijn Joris en Jan Frederijcksz. hadden trouwbeloften uitgewisseld. Trouwbeloften werden in de zeventiende en achttiende eeuw uitgewisseld tussen man en vrouw voordat het huwelijk werd afgekondigd in de kerk of stadhuis. Pas na drie openbare afkondigingen in de kerk of stadhuis kon er worden getrouwd.

De trouwbelofte, in tegenstelling tot de huwelijksafkondiging, werd niet vastgelegd door de overheid. Het was een mondelinge afspraak die vaak in bijzijn van getuigen werd gemaakt. En in de zeventiende eeuw kon je een dergelijke belofte niet zomaar eenzijdig verbreken. Alleen met wederzijdse toestemming kon de belofte worden verbroken of wanneer een van de partijen een geldige reden had. Welke redenen geldig waren, was onduidelijk. De Staten van Holland hadden hierover niets vastgelegd. Wat wel een geldige reden was om een huwelijk niet door te laten gaan en dus de trouwbelofte te verbreken was het ontbreken van de ouderlijke toestemming. Jongens werden meerderjarig met 25 jaar en meisjes met 20 jaar. Een minderjarige mocht zonder toestemming van de ouders niet trouwen.

1g24

Trijn wilde niet meer trouwen met Jan. Ze vroeg om de trouwpenningen, die ze onderling hadden uitgewisseld bij de belofte, weer terug. Wilt u ook weten waarom Trijn niet meer met Jan wilde trouwen? Lees dan hier verder.

 

de-notaris2

 

de-notaris

 

de-notaris3