Agenda

<< Februari 2023 >> 
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  8  91112
131415171819
20212223242526
2728     
 

De kalligraferende dorpsschrijver

31 mei 2021

Binnenwijzend is een buurtschap vlak bij Hoogkarspel. Het buurtje, vroeger een dorp, ligt midden in Westfriesland omringd door koeien en tulpen. De Westfriese Omringdijk lijkt ver weg. Maar toch speelde in het verre verleden de dijk een belangrijke rol in het leven van de dorpsbewoners. Zo belangrijk zelfs, dat de dorpsschrijver van Binnenwijzend een boekje over het onderhoud van de dijk zorgvuldig met mooie krullen kalligrafeerde.

 kaart2

De Westfriese Omringdijk beschermde het land tegen overstromingen. De ruwe Zuiderzee brak soms door de dijk heen. Het zoute water zorgde voor grote financiële schade en persoonlijk verlies. De welen, walen en wielen in het landschap herinneren nog steeds aan oude dijkdoorbraken. Het was van groot belang dat de dijk goed werd onderhouden om tragedies te voorkomen. Van oudsher was iedere landeigenaar verantwoordelijk voor de onderhoud van zijn stukje dijk. Hoe meer land iemand in bezit had, hoe groter het stuk dijk. Waarschappen hielden toezicht op het onderhoud. Maar dit bleek niet altijd goed te werken. Want niet iedere landeigenaar nam zijn verantwoordelijkheid serieus. Nalatigheid van een enkeling ging soms te vaak voor de veiligheid van velen. Daarom vonden aan het begin van de zestiende eeuw reorganisaties plaats. In het ambacht Vier Noorder Koggen werden dijkhoofdlieden aangewezen in plaats van de waarschappen. Zij hielden toezicht op de onderhoud van de dijk. De dijkhoofdlieden lieten het onderhoud uitvoeren door gespecialiseerde aannemers. De kosten van het onderhoud werd verdeeld over de landeigenaren. In het ambacht Drechterland gingen veel dorpen samenwerken in hoofdmanschappen. Ook zij huurden aannemers in om het onderhoud van de dijk te verzorgen.

stoelboek

Maar in Binnenwijzend deed men het anders. Tot 1650 werd hier de dijk op de oude manier onderhouden. Iedere landeigenaar was verantwoordelijk voor een stukje dijk, een kavel genoemd. Dit werd nauwkeurig genoteerd in een stoelboek. Dorpsschrijver Pieter Jacobsz. Groot noteerde wie welk stukje dijk moest onderhouden. Aan de zorgvuldig gekalligrafeerde en versierde pagina’s is te zien dat hij dit met veel liefde en aandacht deed. Het boekje werd door Groot in 1607 opgesteld en werd daarna nog jarenlang gebruikt. Dankzij de koppigheid van een klein dorpje om aan de oude methode van onderhoud vast te houden en een creatieve dorpsschrijver kunnen we nu nog genieten van het bijzondere eeuwenoude stoelboek van Binnenwijzend.

Stede Westwoud, dorpen Westwoud en Binnenwijzend, gemeente Westwoud, 1414-1930, toegangsnummer 0094, inventarisnummer 178: Stoelboek van Binnenwijzend "haer landen alzoo sij in den zeedijck ghedijckslaecht sijn", 1607.

Jan de Bruin vertelt over het stoelboek van Binnenwijzend in deze YouTube-video.

Een Vlaming in Hauwert

3 mei 2021

Hoe de uit Vlaanderen afkomstige Maeliaert Sijmons in Hauwert terecht is gekomen is niet bekend. Ongetwijfeld moet dat een interessant verhaal zijn. Wat wel bekend is, is dat de Sijmons op 22 maart 1638 voor de notaris van Hauwert, Gerrit van Warmenhuijsen, een akte liet opstellen waarin hij twee bewindvoerders aanwees[1].

Lees meer...

Strenge winters

12 februari 2021

Medio februari 2021 is Westfriesland in de ban van sneeuw en ijs. Sinds jaren laat Koning Winter zich weer eens gelden. Winterse omstandigheden zorgen voor pret, maar ook voor overlast en leed. Deze twee kanten heeft de winter door de eeuwen heen altijd gehad. Ook al laat het leed in onze tijd zich moeilijk vergelijken met de harde omstandigheden van vroeger. Tot ver in de negentiende eeuw was sprake van een Kleine IJstijd. Gemiddeld bedroeg de temperatuur enkele graden lager dan tegenwoordig. Maar ook toen was de ene winter de andere niet. Strenge winters leidden tot bijzondere situaties en hadden grote gevolgen voor het alledaagse leven.

Velius over 1608

De winter van 1608 was ongehoord streng. Volgens de Hoornse kroniekschrijver Velius was het sinds mensenheugenis niet zo koud geweest. Een eerste vorstperiode rond Kerst 1607 duurde relatief kort waarna het enkele dagen dooide. Maar op nieuwjaarsdag viel een tweede vorstperiode in die tot in maart duurde. Belangrijke vaarwegen zoals de Rijn, de Schelde en de Zuiderzee vroren dicht. Lange tijd was het mogelijk om per slee van Harlingen naar Enkhuizen en andersom te reizen.

De vestinggracht van Hoorn werd door haar burgers opengehouden. Een gracht in bevroren toestand was een ernstige verzwakking van de stadsverdediging. Velius merkte op dat dit werk tot bevriezingsverschijnselen aan handen, voeten en gezichten van de burgers leidde. Het openhouden van water in stad en dorp was ook belangrijk voor brandbestrijding. Een dikke ijslaag verhinderde de toegang tot bluswater.

Mens en natuur hadden zwaar te lijden van de lange en strenge winter van 1608. Velius meldt in zijn kroniek: ‘Veel luyden vroren hier en daer op de weghen doot van coude’. Verder schrijft hij dat boom- en wijngaarden kapot vroren. In Benningbroek kwam een 200 jaar oude es aan zijn einde. De kou had de boom van boven tot onderen gespleten. Veel vogels en wild stierven door gebrek aan voedsel.

 

De Zuiderzee over

Volgens het KNMI is 1740 het koudste jaar van de afgelopen drie eeuwen. Evenals in 1608 was de Zuiderzee bevroren en werden tochten per slee ondernomen. Boekverkoper H. Callenbach uit Enkhuizen zorgde voor een tastbare herinnering aan de strenge winter van 1740. Hij drukte een lijst met het aantal paarden en arresleden dat de oversteek maakte. Tot en met 1 maart bereikten 485 sleden de haringstad, voornamelijk uit Friesland. Het leek alsof in Enkhuizen midden in de winter kermis werd gevierd. Herbergen waren vol met mensen en stallen vol met paarden. Ook de zilversmeden hadden het druk. De bezoekers van de overkant namen graag een mooi souvenir mee naar huis.

Callenbach beoogde met de uitgave ‘het gebeurde in gedagtenisse te doen blijven’ en de lezer kennis te laten nemen van ‘Gods wonderlijke wegen en werken’. Uiteraard bracht het drukwerk ook geld in het laatje. Iedere koper betaalde er twee stuivers voor.

De drukker in Enkhuizen gaf nog een tweede werk over de gebeurtenissen in 1740 uit. Dat laat juist de andere kant van de strenge winter zien. Het is een verhaal over doodgevroren personen, over de armen die kou en honger lijden en over vogels die dood uit de lucht vallen.

 

IJsclubs en kruiend ijs in 1891

Hoewel 1891 buiten de Kleine IJstijd valt, was het een van de koudste winters in de negentiende eeuw. De winter begon vroeg. Als gevolg van ijsvorming lag begin december 1890 alle scheepvaart op de Zuiderzee al stil.

In deze winter schoten ijsclubs als paddestoelen uit de grond. Zo zag de ijsclub Enkhuizen het licht met als doel om goede ijsbanen aan te leggen en ijsfeesten te organiseren. Ook aan het Buurtje in Andijk werd een ijsclub opgericht. Om verlost te worden van ‘al te menigvuldige baansperrers’ stelde deze club baanvegers aan. Speciaal voor de minderbedeelden werden collectebussen geplaatst. Plezier en aandacht voor het winterleed gingen hand in hand.

Andijk kreeg in januari 1891 te maken met een ander winterfenomeen. Een noordenwind stuwde dikke ijsschotsen over de dijk. De schotsen vernielden alles op hun weg. Een school en meerdere huizen langs de dijk raakten zwaar beschadigd. Het natuurgeweld in Andijk is door Jn. de Haas op tekeningen vastgelegd. Ze zijn onderdeel van de collectie van het Westfries Archief.

 

Geselecteerd uit onze collectie

Onze (digitale) krantencollectie

Onze (digitale) krantencollectie in Delpher 

0391 Collectie gedrukte stukken, inv. nrs. 4L en 5L. (Drukwerk betreffende de winter van 1740).

74C16 Dirck Velius, ‘Chroniick van Hoorn: daerin particulierlijk verhaelt worden des selven stadts eerste begin, opcomen en gedenckweerdighe geschiedenissen tot op dit teghenwoordighe jaer 1617’ (Hoorn 1617). Hier digitaal te raadplegen.

De onderste zolder

30 december 2020

De onderste zolder

Op zeven juli 1849 laat koopman Hermannus Jacobus Tasman een akte opstellen voor de notaris. Tasman had van een handelaar uit Zwolle, de heer Wolff, tien lasten Geldersche rogge gekocht. Een last was een oude gewichtsmaat, éen last was ongeveer 2000 kg. Tasman had dus een flinke hoeveelheid rogge gekocht. Maar van de tien lasten rogge waren er vijf niet goed. Deze kwamen ‘op verre na niet met het monster overeen (…) als zijnde Overijsselsche rogge’. En dat had Tasman niet besteld.

Lees meer...

Sonttolregisters

10 december 2020

In 2020 is de ontsluiting van een unieke historische bron voltooid: de Deense Sonttolregisters. Dit is de boekhouding van de tol die vroeger elke schipper bij het passeren van de Sont moest betalen. De Sonttolregisters zijn uniek omdat ze over een periode van 350 jaar gedetailleerde informatie over internationaal economisch verkeer bevatten. Dankzij een Nederlands project zijn de registers nu online doorzoekbaar. Ze zijn relevant voor allerlei historisch onderzoek, inclusief onderzoek naar de geschiedenis van Westfriesland en voorouderonderzoek.

Varende Westfriezen

Al zeker vanaf de vijftiende eeuw waren Westfriezen bij de vaart op het Oostzeegebied betrokken. Dit gebied werd bereikt via de Sont, de zeestraat tussen Denemarken en Zweden. Schepen uit Hoorn, Enkhuizen en Medemblik haalden uit het oosten graan, hout, hennep en andere goederen. Dantzig, het hedendaagse Gdansk, en de Letse hoofdstad Riga waren de voornaamste bestemmingen. De schepen brachten ook goederen naar deze havensteden zoals wijn en zout.

De handel met het Oostzeegebied was voor Nederland zo belangrijk dat zij de moedernegotie werd genoemd: de moeder van alle handel. In het begin van de zeventiende eeuw hadden Westfriese schippers een aandeel van circa 30% van alle Nederlandse reizen naar de Oostzee. Na 1630 nam dit aandeel langzaam af.

 

Bron van informatie

De tolheffing was gebaseerd op de goederen die een schip vervoerde. Deense tolbeambten hanteerden een tarievenlijst waarop per goederensoort de hoogte van de tol stond. Zowel op de heenreis als op de terugreis moest tol worden betaald. Een Westfriese schipper voer wel twee of zelfs drie keer in een jaar naar het Oostzeegebied. Dat betekent dat zijn naam over een langere periode tientallen keren in de Sonttolregisters kan voorkomen.

In de registers zijn van elke scheepspassage de volgende gegevens te vinden: datum, naam en woonplaats van de schipper, vertrekhaven en bestemming van de reis, samenstelling van de scheepslading en uiteraard het tolbedrag . Van 1,8 miljoen passages uit de periode 1497-1857 zijn gegevens bewaard gebleven en online doorzoekbaar. Wilt u speuren in deze gegevens? Bezoek de website Soundtoll Registers Online.

 

Zoeken met een voorbeeld

Jan Dirksz Smetser is een schipper uit Twisk. Op de website Soundtoll Registers Online is hij te vinden in database 2, waarin de Sontpassages na 1633 staan. In het geavanceerde zoekscherm kunt u op de volledige naam van de schipper zoeken. Het zoekcriterium *smetser* levert vijf resultaten uit de periode 1687-1698 op. Deze uitkomst is verre van volledig. Met het zoekcriterium jan*d*sm*r worden al 15 passages van de schipper uit Twisk gevonden. De achternaam komt namelijk voor als Smetzer, Smoter, Smitser, Smether etc. Verder speuren wijst uit dat de schipper ook alleen met zijn voornaam en patroniem is geregistreerd. Net als bij andere online bronnen is kritisch zoeken belangrijk.

Bij de resultaten valt direct de woonplaats van schipper Smetser op. De ene keer staat er Twisk, de andere keer wordt Medemblik vermeld. De laatstgenoemde plaats is de thuishaven van het schip. De twee plaatsen werden door elkaar gebruikt.

Bij elk zoekresultaat staat de letter i. Door hierop te klikken verschijnen alle gegevens van de passage en kunt u de bijbehorende scan van de Sonttolregisters oproepen.

 

Geselecteerd uit onze collectie

0216 Collectie handschriften en losse archivalia, inv. nrs. 1816-1823 (Registers van ontvang van de Noortsche en Orisontse tol).

141K26 Piet Boon, ‘Bouwers van de zee : zeevarenden van het Westfriese platteland, c. 1680-1720’ (Den Haag 1996).

139N35 Remmelt Daalder, ‘Goud uit graan : Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850’ (Zwolle, 1998).

121A26 F.P. van der Hoeven, ‘Bijdrage tot de geschiedenis van de Sonttol’ (Leiden 1855).

chat loading...