Corona

Studiezaal is open op afspraak van dinsdag tot en met vrijdag. Lees meer...

Het Westfries Archief wil graag het tijdsbeeld van Westfriesland in Coronatijd vastleggen. Helpt u ons mee? Lees meer...

Klik
hier om de collectie in te zien.

Hensbroek voor 1812

Geschiedenis in deze periode
Hensbroekwordt vermeldt in een baljuwsrekening uit 1311 als Hensbroec. In dit document komen ondermeer de namen voor van de oudste misdadigers van het dorp. De eerste bekende vermelding staat in een register van inkomsten van de abdij van Egmond uit omstreeks 1100, als Heynsbroec.  

Bestuur en grondgebied
Hensbroek was tot 1812 een zelfstandig dorp met eigen bestuur. In 1802-1803 kwamen hiervoor de termen “gemeente” en “gemeentebestuur” in zwang. Tot het dorp behoorden Hensbroek, het zuidwestelijke deel van de polder Wogmeer en een klein gedeelte van de Heerhugowaard. Per 1 januari 1812 ging Hensbroek samen met Obdam op in de nieuwe gemeente Obdam.

Gerechtelijke indeling
In de periode 1414-1426 viel het dorp Hensbroek samen met Obdam, Opmeer en Spanbroek onder de stede Spanbroek. Na de verbeurdverklaring van de privileges viel deze voormalige plattelandsstad uiteen in afzonderlijke heerlijkheden met eigen stadsrechten. Obdam en Hensbroek kregen in 1456 een gezamenlijk stadsrecht en hadden sindsdien een gezamenlijk college van schout en schepenen. In 1544 viel deze plattelandsstad uiteen in twee aparte jurisdicties met elk een eigen college van schout en schepenen. 

Kerkelijke indeling
De gereformeerde, later hervormde gemeente Hensbroek vormde een zelfstandige kerkgemeente met een eigen kerkbestuur. Lange tijd had het dorp dezelfde predikant als Obdam, in 1644 kregen zij elk een eigen predikant. De katholieken uit Hensbroek vielen onder de statie Obdam; de katholieken uit de Wogmeer vielen over Berkhout, statie Spierdijk. 

Waterstaatkundige indeling
Hensbroek viel voor het onderhoud van de Westfriese Omringdijk onder de Vier Noorder Koggen. Voor de afwatering vormde Hensbroek een zelfstandige polder. Tot Hensbroek behoorden ook het zuidwestelijk deel van de Wogmeer (drooggevallen 1608, verkaveld 1609). 

Bronnen

  • collectie doop-, trouw- en begraafboeken
  • archief stede en heerlijkheid Hensbroek
  • huisarchief Weldam
  • oud-rechterlijk archief Hensbroek (rechtbankverslagen, transporten onroerend goed en hypotheekakten)
  • archief polder Wogmeer
  • hervormde gemeente Hensbroek-Obdam (tot 1644)
  • hervormde gemeente Hensbroek (vanaf 1644)
  • statie Obdam
  • statie Spierdijk
  • notarieel archief Hensbroek en omliggende plaatsen

 

Plaatselijke begraafgegevens
Inwoners van alle godsdienstige gezindten werden begraven in de gereformeerde kerk of de naastgelegen begraafplaats. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de periode 1795-1801. 

Plaatselijke en gerechtelijke huwelijksgegevens en impost op trouwen en begraven
Huwelijken van alle godsdienstige gezindten werden tot begin 1795 verplicht afgekondigd in de gereformeerde kerk of een ander openbaar gebouw. Ook werden tot begin 1795 alleen gereformeerde huwelijken wettelijk erkend. Huwelijken van andersdenkenden werden gesloten voor de stedelijke rechtbank in Hensbroek. Hiervan zijn geen gegevens bewaard gebleven. Van de in Hensbroek betaalde impost (= belasting) op trouwen en begraven zijn gegevens bewaard gebleven over de jaren 1795-1805.

Hoog- en Laag-Zwaagdijk voor 1812

Geschiedenis in deze periode
Hoog- en Laag-Zwaagdijk komt voor zover bekend in 1582 voor het eerst in de bronnen voor als Lagewech, Onderdijck ende Swagedijck. De schrijfwijze kan sterk verschillen. In 1622 heet Hoog- en Laag-Zwaagdijk kortweg Hogedijck, in 1656 Hooge, Lage en Swagedijk, in 1663-1664 van Lagedijck, Bijdijck ende Swaeghdijck en in 1670 van Hoge en Lagedijck, oock van Swaaghdijck

Bestuur en grondgebied
Hoog- en Laag-Zwaagdijk had van de late zestiende eeuw tot 1812 een dorpsbestuur met een beperkte mate van zelfstandigheid. Rond 1800 kwamen de termen “gemeente” en “gemeentebestuur” in zwang. Tot het grondgebied van Hoog- en Laag-Zwaagdijk behoorde de bebouwing langs de westzijde van de tegenwoordige Simon Koopmanstraat, het Zijdwerk en een deel van de huizen langs de noordzijde van de Zwaagdijk. Per 1 januari 1812 ging Hoog- en Laag-Zwaagdijk samen met Zwaag op in de nieuwe gemeente Zwaag

Gerechtelijke indeling
Het grondgebied van Hoog- en Laag-Zwaagdijk was onderdeel van de banne Medemblik en behoorde tot maart 1811 tot het stedelijk rechtsgebied, met uitzondering van de jaren 1795-1804. In deze periode maakte Hoog- en Laag-Zwaagdijk samen met Wervershoof deel uit van een nieuwgevormde criminele jurisdictie, de ‘stede Wervershoof cum annexis’. 

Kerkelijke indeling
Hoog- en Laag-Zwaagdijk was geen kerkdorp. Gereformeerden en katholieken kerkten voornamelijk in Wervershoof.

Waterstaatkundige indeling
Hoog- en Laag-Zwaagdijk viel onder de banne Medemblik, en viel daarmee voor zowel het onderhoud van de Westfriese Omringdijk als voor de afwatering onder de Vier Noorder Koggen. 

Bronnen

  • collectie doop-, trouw- en begraafboeken
  • dorpsarchief Hoog- en Laag-Zwaagdijk
  • stadsarchief Medemblik (onder andere de registers van 200e en 1000e penning, haardstedengeld en familiegeld uit de jaren 1623, 1628, 1638, 1644, 1647, 1654-1661, 1667 en 1674)
  • oud-rechterlijk archief Medemblik (rechtbankverslagen, transporten onroerend goed en hypotheekakten)
  • oud-rechterlijk archief stede Wervershoof c.a. (1795-1804, met rechtbankverslagen, transporten onroerend goed en hypotheekakten)
  • hervormde gemeente Wervershoof
  • statie Wervershoof (bevat nauwelijks bescheiden van vóór 1812)
  • notarieel archief Wervershoof en omliggende plaatsen
  • archief van het ambacht van West-Friesland genaamd Vier Noorder Koggen (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Medemblik met Hoog- en Laag-Zwaagdijk over 1660-1689)
  • stadsarchief Hoorn (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Medemblik met Hoog- en Laag-Zwaagdijk over 1680-1689)

 

Plaatselijke begraafgegevens
Zie Wervershoof

Plaatselijke huwelijksgegevens
Zie Wervershoof

Gerechtelijke huwelijksgegevens en impost op trouwen en begraven
Tijdens de Republiek (tot begin 1795) werden alleen gereformeerde huwelijken wettelijk erkend. Huwelijken van andersdenkenden werden gesloten voor de stedelijke rechtbank in Medemblik. De in Hoog- en Laag-Zwaagdijk betaalde impost (= belasting) op trouwen en begraven werd tot 1795 door Medemblik geregistreerd, van 1795-1805 in Wervershoof.

Ursem voor 1812

Geschiedenis in deze periode
Ursem wordt voor het eerst vermeld in een register van inkomsten van de abdij van Egmond uit omstreeks 1100, als Orshem. Er zijn verschillende schrijfwijzen van Ursembekend. In een document over de Westfriese Omringdijk uit 1320 staat bijvoorbeeld al Ursem.

Bestuur en grondgebied
Ursem was tot 1812 een zelfstandig dorp met eigen bestuur. In 1802-1803 kwamen hiervoor de termen “gemeente” en “gemeentebestuur” in zwang. Tot het dorp behoorden Ursem, Rustenburg, een deel van de polder Mijzen en een deel van de Schermer. De gemeentelijke herindeling van 1812 had voor Ursem geen gevolgen.

Gerechtelijke indeling
Middelbare en lage jurisdictie waren in Ursem opgedragen aan het plaatselijke college van schout en schepenen. Voor de hoge jurisdictie viel Ursem, samen met een groot aantal andere dorpen, sinds 1555 onder het Baljuwschap van de Nieuwenburg. Dit baljuwschap was vernoemd naar een dwangburcht bij Alkmaar, waar de baljuw van de Nieuwenburg en zijn gerecht zitting hielden.

Kerkelijke indeling
De gereformeerde, later hervormde gemeente Ursem vormde een zelfstandige kerkgemeente met een eigen kerkbestuur en predikant. De katholieken uit Ursem behoorden deels tot de statie De Goorn (zie Berkhout) en deels tot de statie Oudorp.

Waterstaatkundige indeling
Ursem viel voor het onderhoud van de Westfriese Omringdijk onder het Geestmerambacht. Voor de afwatering viel Ursem onder de polder Ursem, samen met een deel van de banne Berkhout. Tot Ursem behoorde ook het Schoutsbraakje, een zeventiende-eeuwse droogmakerij.

Bronnen

  • collectie doop-, trouw- en begraafboeken
  • dorpsarchief Ursem
  • oud-rechterlijk archief Ursem (rechtbankverslagen, transporten onroerend goed en hypotheekakten)
  • oud-rechterlijk archief baljuwschap van de Nieuwenburg (Regionaal Archief Alkmaar)
  • hervormde gemeente Ursem
  • statie De Goorn
  • statie Oudorp (Regionaal Archief Alkmaar)
  • notarieel archief Ursem en omliggende plaatsen
  • archief van het ambacht van West-Friesland genaamd de Vier Noorder Koggen (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Ursem over 1680-1689)
  • stadsarchief Hoorn (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Ursem over 1680-1689)

 

Plaatselijke begraafgegevens
Ursemmers van alle godsdienstige gezindten werden begraven in de gereformeerde kerk of de naastgelegen begraafplaats. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de jaren 1696, 1781-1782 en 1802-1803. 

Plaatselijke en gerechtelijke huwelijksgegevens en impost op trouwen en begraven
Huwelijken van alle godsdienstige gezindten werden tot begin 1795 verplicht afgekondigd in de gereformeerde kerk of een ander openbaar gebouw. Hiervan zijn geen gegevens bewaard gebleven. Tot begin 1795 werden alleen gereformeerde huwelijken wettelijk erkend. Huwelijken van andersdenkenden werden gesloten voor het plaatselijke college van schout en schepenen. Ook hiervan zijn geen gegevens bewaard gebleven, net zo min als van de in Ursem betaalde impost (= belasting) op trouwen en begraven.

Aartswoud voor 1812

Geschiedenis in deze periode

Aartswoudwordt voor het eerst vermeld in een baljuwsrekening uit 1311, als Nedartswoude. In dit document komen ondermeer de namen voor van de oudste misdadigers van het dorp. Andere varianten op de plaatsnaam zijn: Edaertswoude en Edairtswoude.

Bestuur en grondgebied
Aartswoud was tot 1812 een zelfstandig dorp met eigen bestuur. Rond 1800 kwamen hiervoor de termen “gemeente” en “gemeentebestuur” in zwang. Per 1 januari 1812 ging Aartswoud op in de gemeente Hoogwoud.
Tot het dorp behoorden Aartswoud, huizen langs de oostzijde van de Langereis en het noordelijk deel van De Gouwe, en een deel van de Kolk van Dussen, een zeventiende-eeuwse droogmakerij.

Gerechtelijke indeling
Het dorp behoorde gerechtelijk tot de stede en heerlijkheid Hoogwoud. Deze toestand heeft bestaan tot maart 1811.

Kerkelijke indeling
De gereformeerde, later hervormde gemeente Aartswoud vormde een zelfstandige kerkgemeente met een eigen kerkbestuur en predikant. De katholieken uit Aartswoud vielen onder de statie Hoogwoud.

Waterstaatkundige indeling
Aartswoud viel voor het onderhoud van de Westfriese Omringdijk onder de Vier Noorder Koggen.
Aartswoud viel voor de afwatering deels onder de Vier Noorder Koggen en deels onder de Binnenpolder.

Bronnen

  • collectie doop-, trouw- en begraafboeken
  • dorpsarchief Aartswoud
  • archief stede en heerlijkheid Hoogwoud
  • oud-rechterlijk archief Hoogwoud (rechtbankverslagen, transporten onroerend goed en hypotheekakten)
  • hervormde gemeente Aartswoud
  • statie Hoogwoud
  • stadsarchief van Medemblik (voor Aartswoud zie bijvoorbeeld de registers van 200e en 1000e penning, haardstedengeld en familiegeld uit de jaren 1623, 1628, 1638, 1644, 1647, 1654-1661, 1667 en 1674)
  • notarieel archief Hoogwoud en omliggende plaatsen
  • archief van het ambacht van West-Friesland genaamd Vier Noorder Koggen (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Aartswoud over 1680-1689)
  • stadsarchief Hoorn (afschriften van registers van de 40e penning over overdracht onroerend goed in Aartswoud over 1680-1689)

 

Plaatselijke begraafgegevens
Inwoners van alle godsdienstige gezindten werden begraven in de gereformeerde kerk of de naastgelegen begraafplaats. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de periode 1769-1807.

Plaatselijke huwelijksgegevens
Huwelijken van alle godsdienstige gezindten werden tot begin 1795 verplicht afgekondigd in de gereformeerde kerk. Deze afkondigingen zijn niet bewaard gebleven. De trouwinschrijvingen uit de periode 1646-1688 en 1793-1811 zijn wel beschikbaar.

Gerechtelijke huwelijksgegevens en impost op trouwen en begraven
Tijdens de Republiek (tot begin 1795) werden alleen gereformeerde huwelijken wettelijk erkend. Wettige huwelijken van andersdenkenden werden gesloten voor de stedelijke rechtbank in Hoogwoud. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de periode 1678-1687. Ook de in Aartswoud betaalde impost (= belasting) op trouwen en begraven werd door de stede Hoogwoud geregistreerd, deze registers zijn niet aangetroffen.

 

Abbekerk voor 1812

Geschiedenis in deze periode
Voor zover valt na te gaan komt de eerste vermelding van de naam Abbekerk voor in een bul uit omstreeks 1250. Daarin bevestigt paus Innocentius IV (1243-1254) het nonnenklooster te Hemelum in het bezit van een aantal goederen.Abbekerkwordt in een baljuwsrekening uit 1311 vermeldt als Abbenkerke. In dit document komen ondermeer de namen voor van de oudste misdadigers van het dorp.

Bestuur en grondgebied
Abbekerk was tot 1812 een zelfstandig dorp. In 1802-1803 kwamen hiervoor de termen “gemeente” en “gemeentebestuur” in zwang. Onder deze gemeente viel ook het westelijke deel van de Bennemeer en een groot deel van De Weere. Per 1 januari 1812 ging Abbekerk samen met Lambertschaag op in de nieuwe gemeente Abbekerk.

Gerechtelijke indeling
Het dorp behoorde gerechtelijk tot de stede Abbekerk. Deze toestand heeft bestaan tot maart 1811.

Kerkelijke indeling
De gereformeerde, later hervormde gemeente Abbekerk-Lambertschaag vormde een zelfstandige kerkgemeente met een eigen kerkbestuur en predikant. Abbekerk en Lambertschaag hadden samen een predikant en gebruikten beide dorpskerken voor gezamenlijke diensten. Ook vergaderden zij samen over zaken van gemeenschappelijk belang. De predikant woonde in Abbekerk. De katholieken uit Abbekerk vielen onder de statie Lambertschaag, de doopsgezinden onder de doopsgezinde gemeente Twisk-Abbekerk te Twisk en de lutheranen onder de evangelisch-lutherse gemeente Medemblik.

Waterstaatkundige indeling
Abbekerk viel zowel voor het onderhoud van de Westfriese Omringdijk als voor de afwatering onder Vier Noorder Koggen.

Bronnen

 

Plaatselijke begraafgegevens
Inwoners van alle godsdienstige gezindten werden begraven in de gereformeerde kerk of de naastgelegen begraafplaats. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de periode 1721-1828.

Plaatselijke huwelijksgegevens
Huwelijken van alle godsdienstige gezindten werden tot begin 1795 verplicht afgekondigd in de gereformeerde kerk. Hiervan zijn geen gegevens aanwezig.

Gerechtelijke huwelijksgegevens en impost op trouwen en begraven
Tijdens de Republiek (tot begin 1795) werden alleen gereformeerde huwelijken wettelijk erkend. Wettige huwelijken van andersdenkenden werden gesloten voor de stedelijke rechtbank in Abbekerk. De gegevens over deze huwelijken zijn vanaf 1681 bewaard gebleven. Ook de impost (= belasting) op trouwen en begraven werd door de stede Abbekerk geregistreerd. Hiervan zijn gegevens bewaard gebleven uit de periode 1707-1790.

 Studiezaal-WFA

chat loading...