De kaart van Dou

Een prachtige, zeer gedetailleerde en grote kaart van Westfriesland is sinds 1995 in bezit van het Westfries Archief. Deze werd kort tevoren aangetroffen op de zolder van het voormalige weeshuis in de Westerstraat in Enkhuizen. Het was niet meteen duidelijk wat voor kaart het was of hoe die daar terecht kwam, maar wel dat het een om heel bijzonder stuk ging.

Onderzoek was nodig om na te gaan wie de kaart had getekend, wanneer en waarom. Want dat stond er allemaal niet op. Langzaam maar zeker vielen de puzzelstukjes op de juiste plaats. Het “Houter voetpad”, aangelegd na 1640, stond op de kaart. Maar de strijkmolens ten oosten van Kolhorn, gebouwd in 1655, ontbraken. Ook toonde de kaart opvallende overeenkomsten met de gedrukte kaart van Uitwaterende Sluizen uit 1680 door de landmeter Johannes Dou (1615-1682) uit Leiden. Zelfs de foutjes zijn hetzelfde, zoals het ontbreken van de vijf watermolens bij Broekerhaven van de polder Het Grootslag.

de kaart van dou

Hierna was de “dader” snel opgespoord. Na vergelijking van de cartouches met kaarten in het archief van het hoogheemraadschap Rijnland kon er maar één conclusie zijn: Johannes Dou was de maker van de kaart van Westfriesland. Na een intensieve restauratie in 2007-2008 hangt de kaart weer in het Westfries Archief. In een speciaal daarvoor gemaakt lijst.

In 1651-1654 trok Johannes Dou, samen met zijn in 1655 overleden Zeeuwse collega Cornelis Koutter, door Westfriesland om het gehele gebied in kaart te brengen. Ze deden dit in opdracht van de Hoge Raad in Den Haag vanwege een slepende rechtszaak tussen oostelijk en westelijk Westfriesland. Die hadden ruzie over de verdeling van de kosten van het onderhoud van de Westfriese Omringdijk.

Die dijk beschermde heel Westfriesland tegen het dreigende water van de zee. De verdeelsleutel van het onderhoud dateerde al uit de veertiende eeuw en was volstrekt verouderd. Door het droogmalen van de meren de Heerhugowaard, de Schermer, de Zijpe en de Wieringerwaard lag in de zeventiende eeuw de dijk in het westen van Westfriesland vrijwel niet meer aan zee. Het goede nieuws: de kosten voor het onderhoud daalden daardoor aanzienlijk. Maar oostelijk Westfriesland had dit voordeel niet. Hier was de Zuiderzee nog altijd een dagelijkse bedreiging. Men eiste een andere verdeling van het onderhoud: als immers de dijk in het oosten brak zou het westen ook onder water komen te staan. Oostelijk Westfriesland spande in 1637 een proces aan voor de Hoge Raad in Den Haag. Dit duurde maar liefst tot 1695 en staat bekend als het Groot Proces.

Johannes Dou en Cornelis Koutter kregen in 1650 opdracht een gedetailleerde kaart van Westfriesland te maken die gebruikt kon worden in het Groot Proces. Vier jaar later, in 1654, was de meting klaar. De kaart die nu in het Westfries Archief hangt, is in 1657 getekend en geleverd aan het ambacht Drechterland, het waterschap dat de Omringdijk tussen Wervershoof en Oudendijk onderhield. Eén van de hoofdplaatsen van Drechterland was Enkhuizen, vandaar dat de kaart daar terecht is gekomen.

In 1650 stelde de Hoge Raad oostelijk Westfriesland in principe in het gelijk. Maar het duurde nog tot 1695 voor er een definitieve verdeelsleutel werd afgekondigd. De kaart van Dou was niet meer nodig en raakte in vergetelheid.

 

de schatkistrechts

 

de schatkist 2