Westfriese watermolens
Een van de herkenningspunten van het Nederlandse Landschap zijn watermolens, die ooit gediend hebben voor het drooghouden van de polders. Dit waren er ooit 6000, maar tegenwoordig zijn er circa 600 molens over. In Westfriesland zijn de twee bekendste soorten de wipmolen en de achtkantige binnenkruier.

De eerste watermolens
In 1408 slaagden de Alkmaarse Floris van Alkemade en Jan Grietenzoon erin een molen te ontwikkelen die water weg kon malen: de windwatermolen. Deze molen stond echter altijd op het zuidwesten gericht, waardoor hij niet optimaal wind kon vangen. Daarom werd er dertig jaar later een nieuwe molen in werking gebracht die wel met de wind mee kon draaien. Deze molen, de wipmolen genoemd, kon aan de bovenzijde met een staart worden vastgezet. Door middel van een scheprad, dat werd aangedreven door een koningsspil, werd het waterpeil gecontroleerd. De Weel en Braken in Obdam is een voorbeeld van zo’n wipmolen.
Molenbeheer

De opvolger van de wipmolen was de achtkantige binnenkruier. Deze molen is veel in Westfriesland gebruikt. Ook vandaag de dag is deze molen nog het meest in het Westfriese landschap terug te vinden. De Grote Molen in Schellinkhout en de molen van polder De Lage Hoek te Hoogwoud zijn twee van deze achtkantige binnenkruiers. Deze molens konden grotere polders drooghouden dan de wipmolens. De achtkantige binnenkruier werd onder andere gebruikt door de Vier Noorder Koggen, een van de waterschappen in Westfriesland. Het waterschap was verantwoordelijk voor de onderhoud van de molens. Zij stelden ook de molenaar aan, die woonde in de molen en beheerde de molen.
Stichting Westfriese Molens
Na 1850 nam de betekenis van de molens sterk af door de ontwikkeling van stoomgemalen. Ook de Vier Noorder Koggen koos voor het bouwen van een gemaal: Stoomgemaal De Vier Noorder Koggen. Het gevolg hiervan was dat vele molens overbodig waren geworden en werden afgebroken. De molens die bleven staan werden niet meer onderhouden en verloederden. Vanaf 1923 kwamen hierover steeds meer zorgen. Daarom werden er vanaf die tijd veel stichtingen opgezet waaronder in 1968 de Stichting Westfriese Molens. Hun doel is om molens van Wesfriesland in stand te houden. De drie molens die hierboven zijn genoemd worden allen beheerd door de stichting en zijn dus mede dankzij de stichting nog te bewonderen in ons landschap. De Weel en Braken en de Grote Molen kunnen op afspraak bezocht worden.
Tentoonstelling
Zie voor meer informatie de tentoonstelling: Polderen in Westfriesland

Gerelateerde documenten
Bezoek ons archief of klik op een document om deze aan te vragen voor inzage.
0219 – Bibliotheek, inv. nr. 162G161
Het Nederlandse Molenbestand / met illustraties van Gerrit Pouw, Henk van Velzen, Nico van Weelden, samengesteld door E. Zwijnenberg. – Alkmaar : Werkgroep Nederlands Molenbestand, 1997.
1599 – Stichting Westfriese Molens, 1860-2011
1558 – Ambacht van Westfriesland genaamd De Vier Noorder Koggen, college van hoofdingelanden van West-Friesland (Vier Noorder Koggen) en de NV Lokaal Spoorweg Maatschappij 'Hollands Noorderkwartier'
Meer verhalen
Bekijk alles
Fotograferen in Westfriesland
Hoorn vierde Sint-Maarten anders
Andries Roelof Blok