Ga naar content

Begin 2026 verwierven de Vrienden van het Westfries Archief een bijzonder archiefstuk uit 1797. Het is de aanstellingsbrief van Pieter van der Straaten als ontvanger van de convooien en licenten in Hoorn. Dit waren belangrijke heffingen op de handel en scheepvaart. De brief werpt licht op de loopbaan van een Hoornse bestuurder, die door de Bataafse Omwenteling een onverwachte wending nam.  

een veelbelovende student

Pieter van der Straaten werd geboren in Hoorn op 20 december 1761 als jongste van drie zonen van Cornelis van der Straaten en Agatha Heijnsius van Willigen. Zijn ouders kwamen uit gegoede families. Zo was zijn grootvader baljuw op Ameland en zijn vader commies-fiscaal van Westfriesland en het Noorderkwartier. De familie Van der Straaten betrok in 1762 een groot pand aan de Ramen in Hoorn.

Op 19-jarige leeftijd schreef Pieter zich in als rechtenstudent in Leiden. In 1784 promoveerde hij op een dissertatie over het Romeinse recht. In oktober van dat jaar vestigde hij zich in Medemblik, waar hij onder meer actief was als schepen en armenvoogd. In mei 1788 keerde Pieter terug naar zijn geboortestad, die op dat moment een roerige tijd doormaakte.  

Het pand Ramen 1-3 in Hoorn, eind achttiende eeuw in bezit van de familie Van der Straaten

politieke onrust

Het traditionele regentenbestuur van Hoorn stond onder hevige druk van de patriotten. Zij waren overwegend gegoede burgers die zich verzetten tegen stadhouder Willem V en aan hem loyale bestuurders. De patriotten hielden de zittende elite verantwoordelijk voor de dramatisch verlopen oorlog tegen Engeland (1780-1784), die de handel en scheepvaart in een ernstige crisis had gestort. 

Ook in havenstad Hoorn leidde de economische crisis tot politieke onrust. In 1786 en 1787 braken meerdere malen rellen uit. In september 1787 vond zelfs een coup plaats, waarbij het stadsbestuur werd afgezet. Een maand later wisten de regenten hun macht echter te herstellen.  

Na zijn terugkomst in Hoorn trad Pieter toe tot de vroedschap. In 1790 werd hij schepen. Rond deze tijd raakte hij betrokken bij de admiraliteit, die verantwoordelijk was voor de oorlogsvloot van de Republiek en de inning van de convooien en licenten. Uit het convooigeld werden de oorlogsschepen betaald die Nederlandse koopvaarders en vissers beschermden tegen vijandige mogendheden en zeerovers. Het licentgeld was een vergoeding voor het recht om handel te drijven met de vijand.  

Oostereiland met het magazijn van de Admiraliteit

de afspraak tussen hoorn en dordrecht

Er bestonden vijf admiraliteitscolleges, waaronder dat van het Noorderkwartier. Het bestuur hiervan zetelde beurtelings in Hoorn en Enkhuizen. Pieter van der Straaten werd in 1792 voor het leven benoemd tot controleur van de convooien en licenten te Dordrecht, waar de Admiraliteit van de Maze een kantoor had. 

Hoorn en Dordrecht hadden van oudsher de afspraak dat zij in elkaars stad de controleur benoemden. Deze afspraak was vermoedelijk bedoeld om fraude en vriendjespolitiek tegen te gaan. In Hoorn was men overigens allerminst overtuigd van de noodzaak van deze afspraak. In de zeventiende en achttiende eeuw ondernam het stadsbestuur bij de Staten-Generaal meermaals pogingen om de afspraak op te heffen, steeds zonder succes. 

afdracht aan de stad

Ook in de maanden voorafgaand aan Pieters aanstelling stond deze oude afspraak ter discussie. Hoorn wilde er liever onderuit en drong daar ook op aan bij stadhouder Willem V, maar Dordrecht weigerde mee te werken. Tegelijkertijd maakte Hoorn van de gelegenheid gebruik om aan het ambt van controleur een jaarlijkse afdracht te verbinden. Normaal gesproken hoefde een nieuwe functionaris bij zijn aanstelling slechts eenmalig aan de stad te betalen. 

Volgens Hoorn was de jaarlijkse afdracht nodig vanwege ‘de caducque staat der finantie’, veroorzaakt door de politieke onrust in de jaren 1786-1787. Het stadsbestuur wees erop dat Amsterdam en Enkhuizen, die eveneens elkaars controleur benoemden, ook een jaarlijkse afdracht waren overeengekomen. Eind juli 1792 stelde Hoorn het bedrag vast op 700 gulden. Kort daarna droeg de stadhouder Pieter van der Straaten ter benoeming voor. Na bevestiging door het stadsbestuur op 14 augustus legde Pieter ruim een week later de eed af voor de Staten-Generaal. 

Gravure van een patriot die de door de regenten geschonden stadsrechten van Hoorn aanwijst (afbeelding Westfries Museum).

de admiraliteiten worden gereorganiseerd

Ook in zijn privéleven ging het Pieter voor de wind. Op 22 maart 1793 trouwde hij met Adriana van der Wolff. Zij kregen twee dochters: Agatha Cornelia en Antje. Ondertussen nam de politieke onrust in de Republiek echter verder toe. Willem V trad hard op tegen protest tegen zijn gezag. Toen de patriotten begin 1795 met hulp van Franse troepen de Republiek binnentrokken, was het bewind van de stadhouder niet langer houdbaar. Willem V vluchtte naar Engeland. 

In januari 1795 riepen de patriotten de Bataafse Republiek uit. Geïnspireerd door de idealen van de Verlichting streefden zij naar een nieuw politiek bestel, dat afrekende met oude bestuurspraktijken. Dit luidde het einde in van allerlei instituties van de voormalige Republiek, waaronder de admiraliteitscolleges. De officieren en ambtenaren werden ontslagen, maar zij mochten tijdelijk hun werk voortzetten totdat er orde op zaken zou zijn gesteld. 

De door de Vrienden verworven aanstellingsbrief van Pieter van der Straaten uit 1797

het comité tot de zaken van de marine

Eind februari 1795 nam het nieuwe Comité tot de Zaken van de Marine het werk van de voormalige admiraliteiten over. Pieter van der Straaten bleef actief als controleur voor de convooien en licenten. Formeel werkte hij niet meer namens de Admiraliteit maar namens het Comité. Daarom vond hij dat hij de jaarlijkse 700 gulden niet meer aan Hoorn hoefde af te dragen. Het stadsbestuur was daar zeer ontstemd over en waarschuwde hem dat, als hij zou volharden, de gevolgen ‘zeer onaangenaam zoude kunnen zijn’. 

Dat bleken geen loze woorden, want in juli 1796 werd Pieter uit zijn functie ontheven en vervangen door Johan Pieter de Joncheere. Desondanks raakte hij niet volledig uit de gratie. Dat blijkt onder meer uit de aanstellingsbrief die de Vrienden van het Westfries Archief verwierven. Na het overlijden van Johan Carel van Cattenburg kwam de post van ontvanger van de convooien en licenten in Hoorn vrij. Op 8 februari 1797 benoemde de Nationale Vergadering Pieter tot nieuwe ontvanger, in dienst van het Comité. Pieter zou zijn nieuwe functie niet lang vervullen. Op 7 maart 1804 overleed hij aan een ‘benauwende en smertende waterzucht’, slechts 42 jaar oud. 

Gerelateerde documenten

Bezoek ons archief of klik op een document om deze aan te vragen voor inzage.

0216 – Collectie handschriften en losse archivalia, inv. nr. 1952

Aanstellingsbrief van Pieter van der Straaten als ontvanger van de convoyen en licenten te Hoorn door de Nationale Vergadering, 1797
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0216 – Collectie handschriften en losse archivalia, inv. nr. 1952".

0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 120D30

Artikel 'Het patriottisme in Hoorn in de jaren 1786 en 1787', R.P. Goettsch
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 120D30".

0348 – Oud archief stad Hoorn, inv. nr. 382

Brief van Hoorn aan Pieter van der Straaten, 23 juli 1796
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0348 – Oud archief stad Hoorn, inv. nr. 382".

0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 123A248

De Westfriese Admiraliteit, C.T.F. Thurkow
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 123A248".

Meer verhalen

Bekijk alles