De Beeldenstorm van 1566: een te voorkomen opstand?
Een artikel over bestormde kerken en gesloopte kunst. Wij schrijven dit stuk voor geschiedenis aan de hand van bronnen waarvoor wij het Westfries Archief hebben bezocht. Wij denken dat het van belang is voor onze kennis om zelf onderzoek te doen naar onderwerpen, in ons geval bijvoorbeeld de beeldenstorm van 1566.
Wij schrijven dit artikel in een duo. Een van de dingen die wij allebei doen is heel uitgebreid en secuur schrijven. Dit is iets waar wij mogelijk tegen aan kunnen lopen gezien de tijd, maar tegelijkertijd ook iets waar we in kunnen verbeteren en van kunnen leren. Wij hopen dat dit artikel leerzaam is, maar ook zeker leuk is om te lezen. Enfin, veel leesplezier!
Naomi Hofmeester en Rosie Kooij (leerlingen OSG West-Friesland, klas V4A)
11 mei 2026
Inleiding
De Beeldenstorm in 1566 heeft een grote invloed gehad op de geschiedenis van de Nederlanden en de inrichting van vele kerken. Tijdens deze periode werden in verschillende katholieke kerken beelden, schilderijen en andere religieuze versieringen en relieken vernield of gestolen. Tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen hiervan zichtbaar in de interieurs van veel kerken.
Om deze vraag te beantwoorden, is het belangrijk om eerst te kijken naar de oorzaken van de Beeldenstorm. Het onderwerp, de Beeldenstorm, sluit aan bij het volgende kenmerkend aspect: De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
Het grootste deel van Europa was in de 16e eeuw was onder invloed van de Roomse kerk. Het katholieke christelijke dus, onder leiding of aansturing van de paus in Rome, Italië. In de noordelijke landen van Europa zwakte de invloedsfeer van de paus steeds verder af. Dit is waarschijnlijk vanwege het steeds verder buiten het directe bereik van Rome is. In de 16e eeuw was de katholieke kerk het machtigste instituut van Europa, in de periode ontstond veel kritiek op de Rooms-Katholieke Kerk. De Duitse monnik Maarten Luther speelde hierin een belangrijke rol. In 1517 publiceerde hij de 95 stellingen bij de Slotkapel van Wittenberg. Hierin uitte hij kritiek op verschillende praktijken van de katholieke kerk. Dit kritiek leidde tot een nieuwe stroming binnen het christendom; het protestantisme.
Luther keurde onder andere de pracht en praal in de interieurs van de Roomse kerken af, omdat dit volgens hem afleidde van het ware geloof. Ook was hij tegen de handel in aflaten. Met een aflaat zou men hun zonden kunnen afkopen en alsnog een ’ticket’ naar de hemel verkrijgen. Daarnaast vond hij, Luther, het aankopen van relieken onethisch. Deze kritiek leidde tot de Reformatie en daarmee tot een splitsing binnen het christendom. De spanning tussen de katholieken en protestanten leidden uiteindelijk tot, wat we nu noemen, de Beeldenstorm.
In dit verslag wordt daarom de volgende vraag beantwoordt: Op welke manier had men de beeldenstorm kunnen voorkomen?
Vooronderzoek
Het volgende kenmerkende aspect is gekoppeld aan het thema, de Beeldenstorm:
21. De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
Wij hebben dit kenmerkende aspect gekozen, omdat er in dit kenmerkende aspect gesproken wordt over de protestantse reformatie. De reformatie hield in dat er een splitsing in het christelijke geloof ontstond. Deze splitsing kwam doordat de Duitse monnik Maarten Luther het oneens was met alle afleidingen in katholiek-christelijke geloof. Luther heeft in 1517 95 stellingen gepubliceerd op de deur van de Slotkapel van Wittenberg. Deze stellingen bestonden voornamelijk uit klachten over hoe de Rooms Katholieke kerk te werk ging.
Over de gebruikte bronnen
Bijzondere omslag
Geschreven primaire bron. Auteur niet bekend, het is een fragment uit een gebeden boek, de kunstenaar of schrijver was niet relevant. Op deze bron is een omslag van een katholiek gebeden boek te zien. Dit bevat Gregoriaanse muziek voor een Latijnse mis. De exacte datering van het archiefstuk is onduidelijk, echter is het waarschijnlijk van rond 1570. Deze bron vinden wij betrouwbaar omdat het volgens historici uit ongeveer dezelfde periode komt als de Beeldenstorm.

Goedkeuring van de Prins
Geschreven primaire bron. De auteur is Willem van Oranje, gesigneerd als Guille van Nassau. Dit is een antwoordbrief van Willem van Oranje aan de stadsbestuurders van Hoorn. Hierin staat de goedkeuring om kloosters af te breken ten bate van een mogelijke aanval van de Spanjaarden. De datum van verzending is 23 november 1572. Dit is een betrouwbare bron omdat het gesigneerd is door de Prins, ook is de exacte datum bekend.

Mirakel van Hoorn
Ongeschreven primaire bron. De maker van deze bron is onbekend, waarschijnlijk omdat het als een opdracht vanuit de kerk is uitgevoerd. Het beeld is een verbeelding van de heilige Maria en Jezus op haar arm. Dit beeld is gemaakt rond 1430, het verdween in 1570, echter is het recent teruggevonden. Dit is een betrouwbare bron omdat de datum van het beeld bekend is en het dus de Beeldenstorm heeft meegemaakt.

½ Filipsdaalder
Dit is een ongeschreven primaire bron. Het is onbekend wie de maker en/of smid was. Op de munt is een afbeelding te zien van de Spaanse vorst Filips II. De munt (een van velen) komt uit de periode 1542-1571. Dit is een betrouwbare bron omdat het een primaire bron is. Ook heeft de munt exacte jaartallen, staat erop dat hij is geslagen onder een specifieke vorst (Filips II). Daarnaast zijn er duidelijke afbeeldingen op te zien.

Op welke manier had men de beeldenstorm kunnen voorkomen?
Nu alle bronnen uit het archief en het kenmerkende aspect zijn toegelicht is het tijd voor het hoofdartikel. In dit onderzoek zoomen we in op de Beeldenstorm in Hoorn, Westfriesland. Aan de hand van bronnen zoals het Mirakel van Hoorn en de Goedkeuring van de Prins gaan wij antwoord geven op hoe de Beeldenstorm in Hoorn mogelijk voorkomen had kunnen worden.
Macht en onrust: de Beeldenstorm en WestFriesland
Een koninklijke handtekening om een religieus gebouw te mogen slopen en een bijl in de voet van Maria laten zien hoe groot de spanningen in de zestiende eeuw waren. Door verdeeldheid binnen het christendom, de opkomst van de Reformatie en het strenge optreden van bestuurders ontstonden er veel conflicten. Deze spanningen leidden uiteindelijk tot de Beeldenstorm en vormden ook een belangrijke aanleiding voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Niet alleen in grote steden, maar ook hier in Westfriesland waren de gevolgen duidelijk merkbaar.
De kerkelijke macht
Om de Beeldenstorm in Hoorn goed te kunnen begrijpen, is maatschappelijke context over de veranderingen in het christelijke geloof, zoals de reformatie, nodig. Het is hierbij van belang om de kerkelijke en wereldlijke macht naast elkaar te zetten.
Maarten Luther was een Duitse monnik die bekend stond om zijn kritiek op de Katholieke kerk. Hij schreef in 1517 de zogenaamde ‘95 stellingen’, waarin hij protesteerde tegen de handelingen binnen de kerk. In deze stellingen betoogde Luther dat de katholieke kerk zich te veel richtte op het uitstralen van grootsheid en een superioriteit ten opzichte van de rest van de mensen, het gewone volk. De katholieke kerk werd al maar rijker en de kerken en kathedralen werden hoger en grootser met het streven om god te bereiken. De katholieke kerken wilden allemaal de titel ‘de beste kerk’ of ‘Heilige Grond’. De katholieke kerkgemeenschappen waren met elkaar in een soort competitie om de beste kerk te hebben en kosten noch moeite werden daar in gespaard.
Luther was absoluut tegen deze uitingen van weelde, omdat hij stelde dat alle pracht en praal en wereldlijke rijkdom in deze kerken slechts afleiding was van het geloof. De rijkdom en versieringen bedoezelen het ware woord van God. Daarnaast stelde Luther dat het afkopen van iemands zonden niet kon of niet ethisch verantwoord was. Ook als men een aflaat kocht en daarmee een ’ticket’ naar de hemel verkreeg, betekende dat niet dat deze zonden nooit zijn begaan.
Luther gaat zo nog even door en werd met zijn uitgesproken ideeën een boegbeeld van het Protestantisme, de tegenhanger van het katholieke geloof. De 95 stellingen worden gezien als het begin van de Reformatie, een van de belangrijkste religieuze veranderingen in Europa, die uiteindelijk leidt tot een scheuring van de grootste kerkbeweging. Met de Reformatie komt er ook een breuk in de macht van de Roomse katholieke kerk.
De wereldlijke macht
Naast de kerkelijke macht is in grote delen van Europa sprake van zogenaamde ‘wereldlijke macht’. Dit zijn de leiders, koningen of keizers, die een land besturen. De kerk is voor de wereldlijke macht heel belangrijk: nagenoeg iedereen is gelovig, support van de kerk is daardoor noodzakelijk of doorslaggevend. Bovendien heeft de kerk ontzettend veel geld, het is dus geen goed idee om als ‘wereldlijke macht’ tegen de kerk te zijn, dan heb je behalve god, ook het volk tegen je én mogelijk geen financiële support. Andersom is de wereldlijke macht, met een stabiel bestuur bijvoorbeeld, voor de kerk ook van belang.
Onder het beleid van de katholieke Filips de Tweede ontstond de Beeldenstorm. Voordat Filips II aan de macht kwam, zat zijn vader, Karel V, op de troon. Karel V was onder meer de Heer der Nederlanden en de Habsburgse keizer. Zijn rijk stond ook wel bekend als het rijk waar de zon nooit onder gaat, zo groot was het.
Karel V besloot in 1555 om afstand te doen van de troon. Hij was niet ziek of in direct gevaar, hij had er geen zin meer in. Dus liet hij zijn keizerlijke titel na aan zijn broer. Zijn erflanden echter niet, die laat hij na aan zijn zoon, Filips II.
De nieuwe heerser Filips II was strenger gelovig dan zijn vader Karel V en scherpte de regels tegen het protestantisme aan. Deze regels gingen voornamelijk over de vervolging van ketters. Ketters zijn ongelovigen of mensen die in het ‘verkeerde’ geloof aanhingen. In de ogen van Filips II waren alle geloven anders dan het Rooms-Katholieke geloof afvallig of heidens. Onder Filips II centraliseerde de macht enorm, het volk had nauwelijks nog inspraak over hoe dingen eraan toegingen.
Filips II heerste ook over de Nederlanden. Zijn rijk was zo groot dat hij niet alles alleen kon besturen, dit is waarom hij zijn halfzus, Margaretha van Parma, tot landvoogdes maakte van de Nederlanden. Haar taak hield in dat zij alles in de gaten moest houden. Ook was zij nu een aanspreekpunt voor het volk, dan eigenlijk wel vooral de adel en de lage adel en niet per se het volk, want zij is een verwante aan de koning van Spanje.
Het verschil tussen de gewone bevolking en de hoge en lage adel is enorm. Hierdoor ontstond onrust en begon het protestantisme in Nederland te groeien. De afkeer van de rijkdom die Luther preekt, slaat aan bij de armere bevolking en zij keren zich tot het protestantisme. Deze burgers wilden af van de strenge bloedplakkaten die Filips II had ingevoerd. Het volk wilde graag een vermindering, een matiging in deze regelvoering. Met deze insteek gingen de adel en de lage adel op bezoek bij Margaretha van Parma.
Ter voorbereiding van dit bezoek werd het Smeekschrift der Edelen opgesteld. Hierin stond een smeekbede aan Van Parma over de vermindering van de kettervervolgingen en matiging in de extreme belastingen. Toen alle edelen, van hoge edelen tot edelen met slechts een titel, met de hele meute bij Margaretha van Parma op de stoep stonden heeft zij hen uitgehoord. Het probleem was hier echter dat Van Parma als landvoogdes niet de bevoegdheid had om de regels te veranderen of toestemming te geven voor wat de edelen vroegen. Ze stuurde een brief naar haar halfbroer, Filips II, om hem in te lichten over de lopende situatie en aan hem advies te vragen. Echter, antwoord blijft uit en ze moest een antwoord geven, waarin ze eigenlijk niks zei of weggaf.
Margaretha van Parma’s tijdelijke antwoord zorgde voor verwarring onder de bevolking. Mensen gingen aan de haal met wat zij dachten wat Van Parma had bedoeld. Wat er uiteindelijk op neer kwam dat ze geen ”nee” had gezegd tegen de vraag of de protestanten hun geloof ook publiekelijk mochten uiten. Zodoende begonnen de hagenpreken en ontstond er meer onrust onder de protestanten, ook begon vanaf dit moment de Beeldenstorm. Hagenpreken zijn verboden bijeenkomsten van protestanten waarbij zij in opstand kwamen tegen hun onderdrukking en hun onvrede uitten. Margaretha van Parma’s tijdelijke antwoord zorgde voor verwarring onder de bevolking, haar vaagheid omdat ze geen “ja” of “nee” mocht zeggen, leidde dit tot wilde interpretaties. De onrust uitte zich in hagenpreken, missen die buiten opgevoerd werden door de protestanten. Deze kerkdiensten waren absoluut tegen het zere been van de zittende macht en gelovigen werden dan ook vervolgd.
Filips II is hiervan nog altijd niet op de hoogte en uiteindelijk krijgt Van Parma pas weken na de eerste opstootjes antwoord. In de tussentijd is de gehele situatie in Nederland aan het escaleren. De onduidelijkheid van Van Parma, de onrust en de vervolgingen mondden uiteindelijk uit in de opstand waarbij de protestanten hun eigen lot in handen nemen. Ze deden zich voor als katholieke christenen en infiltreerden zo in de kerken. Dit deden de protestanten zodat ze een idee kregen van de inrichting van de kerk. Daardoor wisten de protestanten welke delen ze van de kerk moesten vernielen om de katholieken hard te treffen.
De katholieke kerk werd hard getroffen door protestante gelovigen. Beelden werden door de protestanten van sokkels getrokken, kunstwerken vernietigd en versieringen verwijderd: de Beeldenstorm is een feit. De effecten van de beeldenstorm zijn vandaag
de dag nog steeds terug te zien in katholieke kerken en kathedralen, ontbrekende sculpturen, beelden van heiligen zonder hoofden en missende ledematen. Toegetakelde kerken en kathedralen zijn door heel Europa terug te vinden, zelfs in Nederland.
Ingezoomd op West-Friesland
De strijd op het geestelijke en wereldlijke toneel in de 16e eeuw lijkt al snel een ver-van ons-bed-show, niet alleen lang geleden, maar vast ook ver weg. Echter, dat is niet helemaal waar. De strijd tussen de katholieken en protestanten is ook in West-Friesland zichtbaar.
Zo werden er in 2017 maar liefst 90 zilveren munten in Westwoud gevonden. Deze munten zijn Filipsdaalders en waren beslagen met het hoofd van koning Filips II. Een vondst die leidde tot enorme speculaties: want hoewel het naar alle waarschijnlijkheid torenhoge belastingen waren, was het postje met zilverstukken misschien wel van iemand die juist ergens voor spaarde, of zelf een enorme gierigaard was. Omdat er geen geschreven bronnen aan de vondst gekoppeld zijn, is de betekenis lastig te achterhalen.
Enkele kilometers buiten het van oorsprong katholieke Westwoud zijn de landerijen van Obdam. In het Westfries Archief is een legger met deze landerijen bewaard. Een bijzonder stuk bestaande uit een omslag van oud perkament met handgeschreven Gregoriaanse muziek van een katholieke mis. Ook Obdam is van oorsprong een katholiek dorp en deze elementen, zoals de Gregoriaanse muzieknotatie kwamen in een hernieuwde context terecht: de openbare uitoefening van het katholieke geloof werd verboden. Dat is best heftig als je realiseert dat vaak grote delen van een dorp het geloof aanhingen en dit niet meer in het openbaar te mogen uiten. Het katholieke geloof ging, net als eerder het protestantse geloof, ondergronds en werd in schuilkelders beleid.
Ook in Hoorn zijn voorbeelden bekend waarbij de opkomst van het protestantisme en daarmee de reformatie zijn sporen heeft achtergelaten. Het Mirakel van Hoorn is een van de bekendste voorbeelden. Volgens de overleveringen probeerden woedende protestanten een Mariabeeld in de Noorderkerk te vernielen, maar na mislukte pogingen sloegen zij op de vlucht. Vandaag de dag kun je het Mariabeeld, mét bijlafdrukken in haar voet, nog steeds zien. Het religieuze beeld werd dus succesvol gered door de katholieken.
Waar bij het Mirakel van Hoorn religie een uiteendrijvende rol speelt, blijkt uit de geschiedenis dat dit niet altijd voor Hoorn gold. Er zijn ook situaties waarin de verschillen tussen geloven niet in de weg stond. In 1572 vreesde de stad Hoorn namelijk voor een aanval van de Spaanse Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva. Don Frederik had eerder al de stad Naarden in de as gelegd en had zijn oog laten vallen op Hoorn vanwege de gunstige ligging. De stadsbestuurders van Hoorn zagen een leegstaand klooster in het dorpje Blokker als mogelijke plek waar de vijand zich zou vestigen en vanuit daar de stad zou aanvallen. En precies dit klooster leidde tot een oplossing die wellicht wél had kunnen bijdragen aan het voorkomen van een Beeldenstorm. Wat de stadsbestuurders namelijk slim deden, ze riepen de gehele bevolking, katholiek en wellicht protestant bijeen om gezamenlijk de vijand te misleiden. Dit plan, getekend en goedgekeurd door de Prins van Oranje, omvatte het handmatig afbreken van het klooster zodat de vijand zich daar niet kon verschuilen. Het belangrijkste stuk in de Goedkeuring van de Prins was de uitspraak dat het gezamenlijke element essentieel was, zo kon de gemengde bevolking later niemand iets verwijten.
Conclusie
De stadhouders van Hoorn vonden een manier om de bevolking te herenigen, namelijk door de strijd tegen een gezamenlijke vijand. De dreiging van de Spanjaarden zorgde er even voor dat religieuze strijd geparkeerd werd. De vraag is natuurlijk of een gezamenlijke vijand dé manier is om de onderlinge strijdbijl te begraven, maar voor een moment werkte dat. Zou er wel een duurzame manier zijn geweest om een Beeldenstorm te voorkomen?
Op basis van het onderzoek naar de Beeldenstorm en de verdere ontwikkelingen ervan in de Nederlanden, kan geconcludeerd worden dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de Beeldenstorm volledig voorkomen had kunnen worden. Hoewel er verschillende factoren zijn die de uitbarsting van geweld mogelijk hadden kunnen vertragen of beperken (zoals een duidelijkere en snellere reactie van Filips II, meer godsdienstvrijheid, betere communicatie met het volk en het tegengaan van de hagenpreken) waren de spanningen zo groot dat ze eigenlijk niet meer te stoppen waren.
Door de Reformatie waren er grote verschillen in geloof, en Filips II voerde strenge regels in. Ook kreeg hij steeds meer macht en waren de belastingen hoog. Samen zorgde dit ervoor dat mensen steeds ontevredener werden. In plaats van zijn macht te versterken, zorgde zijn strenge beleid er uiteindelijk voor dat er juist meer spanning ontstond tussen de katholieken en protestanten, en dat het vertrouwen van het volk in het bestuur afnam.
Hieruit kunnen we dus concluderen dat de sterke band tussen de koning en het geloof hem aan de ene kant meer macht gaf, maar aan de andere kant ook problemen veroorzaakten, zoals de beeldenstorm. Doordat hij maar één geloof toestond, kon hij niet goed inspelen op de veranderingen in de samenleving. Daardoor werd het moeilijk om de spanningen te verminderen en werd geweld, zoals in Hoorn met het Mariabeeld, lastig tegen te houden.
Ook had meer godsdienstvrijheid de Beeldenstorm kunnen voorkomen. De protestanten werden onderdrukt en mochten hun geloof niet vrij uiten. Als Filips II de protestanten meer toeliet, was de woede onder het volk minder groot geweest en hadden minder mensen meegedaan aan de vernieling van de beelden. Door beter naar de klachten van de protestanten te luisteren, was de woede mogelijk minder groot geworden. Als ze beter naar elkaar hadden geluisterd, hadden bestuurders en de religieuze bevolking wellicht tot een overeenkomst kunnen komen.
We hebben overwogen of het een goed idee was geweest om de hagenpreken te verbieden. Dit waren de protestantse bijeenkomsten in de openlucht, waarbij veel mensen samenkwamen om te praten over het geloof. Tijdens deze bijeenkomsten groeide het verzet tegen de katholieke kerk. Als het bestuur deze bijeenkomsten had tegengehouden, had de protestbeweging zich minder snel verspreid. Anderzijds, door ze te verbieden was het geloof misschien verder ondergronds gegaan en had zich op die manier kunnen verspreiden. Wellicht was het een idee geweest als stadhouders of bestuurders de hagenpreken in overleg hadden georganiseerd, dan was het misschien mogelijk geweest om frustraties wat af te remmen.
Toch blijft het de vraag of de Beeldenstorm echt helemaal voorkomen had kunnen worden. De spanningen tussen de katholieken en protestanten waren al een lange tijd groot en veel mensen waren ontevreden over het bestuur van Filips II. Daarom lijkt het waarschijnlijk dat er vroeg of laat toch een opstand zou zijn ontstaan.
Gerelateerde documenten
Bezoek ons archief of klik op een document om deze aan te vragen voor inzage.
Geschiedenislokaal Westfriesland. (z.d.). Goedkeuring van de prins.
Geraadpleegd op 22 mei 2026
Geschiedenislokaal Westfriesland. (z.d.). Een bijzondere omslag.
Geraadpleegd op 20 mei 2026
Geschiedenislokaal Westfriesland. (z.d.). Het mirakel van Hoorn.
Geraadpleegd op 22 mei 2026
Geschiedenislokaal Westfriesland. (z.d.). 1/2 Filipsdaalder.
Geraadpleegd op 22 mei 2026
Historiek (2024, 23 sept.) Beeldenstorm (1566) – Opstand in de Nederlanden.
Wassing, S. (2014, maart) Hoorn in de luwte van de Beeldenstorm (1566).
Historiek (2024, 10 sept.) Filips II van Spanje en de Nederlandse Opstand.
Wikipedia (2026, 12 mei) Keizer Karel V.
Koops, E. (2024, 25 mei) Karel V – Heer der Nederlanden en Habsburgse keizer.
Meer verhalen
Bekijk alles
Fotograferen in Westfriesland
Hoorn vierde Sint-Maarten anders
Westfriese watermolens