Ga naar content

Tegenwoordig is Sint-Maarten een vrolijk kinderfeest met lampionnen, liedjes en snoep. Toch is dit niet altijd zo geweest. Tot ver in de jaren dertig ging de viering in Westfriesland soms gepaard met overlast en vandalisme. Zo nam het stadsbestuur van Medemblik op 15 december 1733 maatregelen tegen ‘enige moedwillige jongens’ die zich langs de Oosterdijk en bij Onderdijk schuldig maakten aan ‘grote ongeregeldheden en exorbitante stoutigheden’.

Dit gebeurde wel vaker, maar vooral op Sint-Maartensavond was de overlast groot. Jongeren liepen al joelend en schreeuwend langs de weg ‘met brandende toorssen, kaarsen ofte ander vuurmakent ligt’. Ook bliezen zij op onbehoorlijke tijden op een hoorn, ‘selfs op dat moment als wanneer de passagiers die dijk en wegh met rijtuighen comen te passeren’. Hierdoor konden de paarden schrikken en op hol slaan, wat vanwege de smalle weg tot ongelukken kon leiden. Er was al eens een rijtuig van de dijk afgegleden. 

Baldadige jeugd

Naast de overlast van baldadige jeugd ondervond men ‘veel pericul door ’t geblaff en geloop der honden’. Medemblik verbood onbevoegden om zich in het donker met brandend licht op de dijk te begeven of daar lawaai te maken. Als jongeren het verbod overtraden, zou de boete van vijfentwintig gulden op hun ouders worden verhaald. Ook moesten aanwonenden hun honden op het eigen erf houden, op straffe van een boete van drie gulden.

De Oosterdijk (rechts) was een van de toegangswegen naar Medemblik.

vreugdevuren en vuurwerk

De ongeregeldheden rond Sint-Maarten waren overigens geen typisch Medemblikker verschijnsel. In 1830 nam de burgemeester van Amsterdam maatregelen tegen kinderen die hun liedjes aanvulden met ongepaste teksten, bijvoorbeeld wanneer mensen te weinig of niets wilden geven. Vooral kinderen uit arme gezinnen werden daarbij als schooiers beschouwd. Op straat werden vreugdevuren gestookt en vuurwerk afgestoken.

Dergelijke gebruiken kwamen ook voor in Hoorn en Enkhuizen, zo blijkt uit krantenberichten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Soms liep het feest behoorlijk uit de hand. In Hoorn, waar Sint-Maarten eind augustus werd gevierd, moest de politie regelmatig optreden tegen jongeren die rotjes, voetzoekers en zevenklappers naar mensen gooiden. De burgemeester kondigde in 1908 zelfs een samenscholingsverbod af.

In 1937 was het rooms-katholieke weeshuis in Hoorn het mikpunt van baldadigheid. Een brandend voorwerp belandde in de dakgoot. Een dag later liet moeder-overste enkele weeskinderen een vuur blussen dat gevaarlijk dicht bij de gevel oplaaide. De politie nam volgens de krant ‘een der grootste belhamels mee, onder groote belangstelling van zijn kornuiten’. In datzelfde jaar was het ook in Enkhuizen onrustig. In de dagen voor 11 november werden ‘knalbommen naar oude menschen geworpen’.

Het katholiek weeshuis van Hoorn aan het Achterom.

een vrolijk kinderfeest

Toch leek de viering van Sint-Maarten destijds in veel opzichten al op het feest zoals we dat nu kennen. Kinderen gingen met lampions of uitgeholde suikerbieten langs de deuren om koek en snoep te verzamelen. Achter die vrolijkheid ging vroeger dus ook een minder onschuldige kant van het feest schuil. Door de jaren heen is de baldadigheid echter grotendeels verdwenen.

Leerlingen van basisschool De Tweemaster in Hoorn hollen suikerbieten uit voor het Sint-Maartenfeest, 1996.

Gerelateerde documenten

Bezoek ons archief of klik op een document om deze aan te vragen voor inzage.

0715-01 – Oud Archief Stad Medemblik, inv. nr. 1, fol. 129r-129v.

Privilege- en keerboek, 17e eeuw tot 1738
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0715-01 – Oud Archief Stad Medemblik, inv. nr. 1, fol. 129r-129v.".

0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 136F6

'Sint-Maarten in augustus', Arie van Zoonen, Oud Hoorn, jrg. 19 (1997) 113-117.
Twee schepen in de branding.
Ga naar "0219 – Bibliotheek Westfries Archief, 136F6".

Meer verhalen

Bekijk alles