De onderbetaalde schoolmeester

Op 20 juni 1690 werd Jan Florisz. Cramer door stadhouder Willem III van Oranje benoemd tot schoolmeester, koster en voorzanger van Hoogkarspel. Maar in het dorp waren twee mensen het hier niet mee eens. De kerkmeester en de burgemeester weigerden Cramer te erkennen en betaalden zijn salaris niet uit. Maar Cramer gaf zich niet zonder slag of stoot gewonnen. Hij liet de notaris van het dorp protesten uitvaardigen waarin de burgemeester en kerkmeester werden herinnerd aan het besluit van de stadhouder. En vanuit Den Haag kwam zelfs een extra oorkonde waarin werd herhaald dat Cramer toch echt de nieuwe schoolmeester/koster/voorzanger was en dat dit besluit geaccepteerd moest worden door de bestuurders van het dorp.

schoolmeester

Maar de kerkmeester en de burgemeester leken dit niet te willen horen; de aanstellingsbrief hadden zij nooit ontvangen en de oorkonde uit Den Haag was onleesbaar. Ondertussen moesten Cramer en zijn gezin het zien te redden zonder geld. Cramer had het idee dat de burgemeester en kerkmeester hem aan het uithongeren waren. De gemoederen liepen hoog op. De notaris die het protest kwam brengen werd door de zoon van de burgemeester bedreigt: ‘ick sou dij slaan dat stou lam en kreupel waerste en in geen maant uyt den bed quamste’.

Het hele verhaal kunt u hier lezen. 

 

de-notaris2

 

de-notaris

 

de-notaris3