Terug in de tijd met het kadaster

Na een periode van twintig jaar landmeten en taxeren werd in 1832 in Nederland het kadaster ingevoerd. Met de kadastrale administratie zijn eigenaren van huizen of stukjes land relatief eenvoudig te achterhalen. Verbindingen leggen met bronnen van vóór het kadaster is moeilijker, maar het kan vaak wel.

Commotie en belastingstaking
Voorafgaand aan de invoering van het kadaster is het belastingstelsel onder het Bataafs-Franse bewind radicaal gemoderniseerd. Voortaan werd draagkracht het uitgangspunt en gold het eenheidsprincipe: alle metingen gingen volgens het metrieke stelsel. Op veel plaatsen ontstond groot protest. Zo was men bijvoorbeeld boos dat ook slootjes of niet-gebruikte stukken grond meetelden in de belastingaanslag. Maar ook omdat de kadastrale meting afweek van oude lokaal gebruikte landmaten, vaak uitgedrukt in morgen en roeden. In Spanbroek leidde dit in 1840 zelfs tot een heuse belastingstaking: de gouverneur van de provincie moest hoogstpersoonlijk vanuit Haarlem naar het Westfriese land trekken om de gemoederen tot bedaren te brengen.

Via percelen terug in de tijd
In veel Westfriese dorpen werden vanwege de onvrede over het kadaster en het metrieke stelsel ook na de invoering van het kadaster nog aparte administraties van huizen en landerijen bijgehouden in de ‘prekadastrale’ maten. Soms werden de kadastrale nummers daar ook bijgeschreven, zoals in Abbekerk en Westwoud. In dat geval is het makkelijk om percelen te ‘koppelen’ en zo een stuk land tot ver terug in de tijd te blijven volgen. Maar ook zonder die gegevens is het soms mogelijk om gegevens over landerijen of huizen van vóór 1832 te verbinden aan het oudste kadaster. Dat vergt het nodige puzzelwerk. Maar die missie kan een schat aan informatie opleveren over Westfriese bewoning in de periode 1500-1800.

Wilt u zelf aan de slag met het verbinden van percelen? Het Westfries Archief heeft hiervoor een handleiding en een matrix van alle beschikbare bronnen per dorp of stad. Voor meer achtergrondinformatie en een voorbeeldstudie naar Spanbroek, Medemblik en de voormalige stede Westwoud, zie: M. Raat, ‘Meters maken met morgen en roeden’.

Een nuttige tip: het Noord-Hollands Archief te Haarlem beschikt over een belangrijke bron voor onderzoek naar percelen en eigenaren in de periode 1811-1838 (en daarna). In het archief van het Hypotheekkantoor Hoorn zijn op vrij eenvoudige wijze alle door notarissen opgemaakte transportakten en onderhandse akten van overdracht terug te vinden.

Geselecteerd uit onze collectie
138C16: J.M. Verhoeff, De oude Nederlandse maten en gewichten (Amsterdam 1983).
121F62: R.C.J. van Maanen & N.P.J.M. Bos, Fiscale bronnen. Structuur en onderzoeksmogelijkheden (Zutphen 1993).
124F10: P. Kruizinga, ‘De kadastrale legger en aanverwante bronnen, 1812-1990’, in: G.A.M. van Synghel (red.), Broncommentaren 3. Bronnen betreffende de registratie van onroerend goed in de negentiende en twintigste eeuw (Den Haag 1997) 17-74. 
1048 Heren van Spanbroek en stede en dorpsbestuur Spanbroek, inv. 250.1 t/m 250.12, Leggers van huizen en landerijen in Spanbroek.
0094 Stede Westwoud, dorpen Westwoud en Binnenwijzend, gemeente Westwoud, inv. 924, 929-930 en 939, Leggers van landerijen met vermelding van de kadastrale en prekadastrale oppervlaktegrootte.

 

Kaart van de gemeente Hoogwoud uit 1826, betreft een overzichtskaart van de kadastrale minuutplans.

Kaart van het land De Troon, gelegen te Avenhorn, uit 1665. Afkomstig uit een blaffert met daarin alle goederen, landen, huizen etc. van de stad Hoorn.

Woning aan de Oosterstraat Benningbroek, 1972.